You are here

Engie, EPZ, Nuon en Uniper betalen (niet) voor Dodewaard

Submitted by WISE on Tue, 25/04/2017 - 16:24

In 1997 werd de kerncentrale Dodewaard gesloten. Het was formeel vooral een onderzoeksreactor maar hij leverde ook 28 jaar lang stroom aan het net. Er was nog geen wettelijke verplichting de centrale meteen te ontmantelen (zoals er nu wel is) en dus werd in 2005, na jaren van studie, de centrale ‘ingekapseld en voor 40 jaar veilig ingesloten’

In het jaar 2045 zou dan begonnen worden met de ontmanteling. De splijtstof is er wel in de jaren na 1997 al uitgehaald en afgevoerd naar de opwerkingsfabriek in Sellafield (UK).  De keuze om 40 jaar te wachten met ontmantelen werd ingegeven door financiele overwegingen; de gedachte was dat er in die 40 jaar geld gespaard kon gaan worden. Om gedurende die 40 jaar op de (radioactieve) boel te passen en het ontmantelingsfonds te beheren werd de Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland (GKN) aangewezen. Dit was ook al de exploitant van de centrale toen hij nog open was. De GKN is een dochter van de vennootschap Nederland Elektriciteit Administratiekantoor (Nea). De Nea werd in 2001 opgericht om een groot aantal lopende zaken af te handelen die bleven liggen na de ontmanteling van de Samenwerkende Elektriciteits Producenten, de SEP.

Nu zijn nog 4 bedrijven aandeelhouder van Nea: Engie, EPZ, Nuon en Uniper.

Oorspronkelijk hoopte men (in 2011) dat de stralende erfenis van het GKN door de Nea overgedragen zou kunnen worden aan de COVRA, de entiteit die in Nederland het radioactieve afval opslaat en beheert ’totdat er een definitieve bergingsmethode is gevonden’. Maar de COVRA (100% eigendom van de Staat) bedankte voor de eer, ze zagen wel aankomen dat er misschien veel te weinig geld opzij was gezet voor de ontmanteling en opslag. Het is dan ook wel grappig dat de Nea in haar jaarverslag blijft zeggen dat het nog steeds de bedoeling is dat de COVRA het zaakje overneemt. 

Sinds 2011 schrijft de Kernenergiewet voor dat een eigenaar van een kerncentrale elke vijf jaar moet kunnen aantonen dat hij over genoeg geld beschikt om de uiteindelijke ontmanteling te realiseren. Het rijk toetst dit. In april 2015 hebben de Ministers van Financiën en Economische Zaken het toen ingediende plan van GKN afgekeurd: "Het is onwaarschijnlijk dat GKN op eigen kracht de ontmanteling van de kerncentrale kan betalen", schreef Minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD). De  GKN was het niet eens met het oordeel van de Staat en stapte naar de Raad van State maar die gaf de Staat grotendeels gelijk. Ondertussen probeerden de betrokken Ministers in de loop van 2016 de vier energiebedrijven zover te krijgen te erkennen dat zij verplicht zijn eventuele tekorten in het ontmantelingsfonds bij de GKN aan te vullen. De vier bedrijven en GKNmoeder Nea weigerden dit. Er werd wel meegewerkt aan een feitenonderzoek, maar volgens de Staat onvoldoende. In november 2016 stapte de Staat naar de rechter met de eis dat er getuigen (medewerkers van de GKN, het Nea en de vier energiebedrijven) gehoord zouden mogen worden.

Dit leidde weer tot woede bij de GKN en de Nea. De directeur van het GKN, Geertsema, zegt dat het bedrijf er van uitgaat dat het na 2045 voldoende geld heeft om de ontmanteling te kunnen betalen. In december 2016 heeft GKN een nieuwe aanvraag voor de goedkeuring van de financiële zekerheidsstelling gedaan, ditmaal gebaseerd op een ontmantelingsplan dat in september 2016 is goedgekeurd door de Staat. In de nieuwe aanvraag zijn extra kapitaalstortingen opgenomen, als tegemoetkoming aan één van de bezwaren tegen het eerder afgewezen plan.

Maar de Nederlandse Staat vertrouwt de boel gewoon niet en wil het nu voor eens en voor al tot op de bodem uitzoeken. Het wantrouwen wordt gevoed door het feit dat Nea in de afgelopen jaren honderden miljoenen Euro’s als dividend heeft uitgekeerd aan de aandeelhouders (Engie, EPZ, Nuon en Uniper). Afgelopen 6 maart betoogde de Staat dat het horen van getuigen de enige manier is om voldoende inzicht te krijgen over de vorming van een financiële voorziening voor de ontmantelingskosten van Dodewaard. Bovendien wil de Staat meer inzicht in de financiële en juridische verhouding tussen GKN, Nea en de vier energiebedrijven. Uit de rechtbankstukken blijkt dat de Nederlandse regering – kennelijk - bang is dat GKN, Nea en de energiebedrijven bezig zijn alle juridische en financiële banden door te snijden die tussen de drie bestaan. Dat zou zorgelijk zijn want als in 2045 inderdaad blijkt dat er te weinig geld is voor de ontmanteling wil de Staat de Nea en de vier energiebedrijven verplichten het verschil bij te leggen.

Bij de rechtbank in Arnhem verzette de GKN zich hiertegen, onder andere door doodleuk te stellen dat zowel Nea als Engie, EPZ, Nuon als Uniper niet verplicht zijn de ontmantelingskosten voor GKN te vergoeden en dat ook nooit zijn geweest. In november 2016 zei Nea-directeur Geertsema nog dat Nea wél aansprakelijk is voor de ontmanteling van Dodewaard, en dat het bedrijf deze aansprakelijkheid ook nooit heeft geweigerd. De rechtbank van Arnhem geeft de Staat nu de mogelijkheid 5 mensen onder ede te laten horen. Die verhoren zullen voor een belangrijk deel gaan over de dividenduitkeringen die Nea aan zijn aandeelhouders (Engie, EPZ, Nuon en Uniper) heeft gedaan: er is voor honderden miljoenen meer dividend uitgekeerd dan de totale som van de winst. Dat zou nooit kunnen als Nea verplicht zou zijn om rekening te houden met het risico dat het bedrijf een aanzienlijk deel van de ontmantelingskosten moet dragen.

Nu wil de Staat via een bodemprocedure door een rechter laten vaststellen dat Nea en de energiebedrijven inderdaad de eventuele tekorten van GKN moeten aanvullen. Het getuigenverhoor dat uiterlijk in september van dit jaar moet plaatshebben, kan gezien worden als een opmaat naar zo'n bodemprocedure. De staat mag nu vijf getuigen laten oproepen die zullen worden gehoord over de voortgang in de vorming van een ontmantelingsfonds bij GKN, maar ook over het dividendbeleid van GKN en Nea en over de juridische en financiële verhoudingen tussen deze twee bedrijven en de aandeelhouders. De verhoren zullen vóór oktober 2017 plaatshebben. De vijf namen moeten 16 mei bij de rechtbank bekend zijn.

Geld doorgesluisd

Tussen 2002 en 2009 heeft Nea in totaal 936 miljoen Euro uitgekeerd als dividend. De opgetelde winst over die periode bedroeg ruim 79 miljoen Euro. Het verschil, ruim 850 miljoen Euro, is volledig ten laste gekomen van de liquiditeitspositie van Nea. In 2001 had Nea bijna 1,8 miljard aan liquide middelen, in 2010 was hier volgens het door PWC goedgekeurde jaarverslag nog 63 miljoen Euro van over. Het vermogen van Nea werd in 2001 gevormd door de nalatenschap van de SEP. Die werd nog een keer extra gespekt door de verkoop van de landelijk hoogspanningsnetbeheerder Tennet aan de Staat. (voor 1,26 miljard euro). Over het jaar 2001 (en dus niet meegenomen in bovenstaande som) werd ook 625 miljoen Euro aan dividend uitgekeerd aan Engie, EPZ, Nuon en Uniper.

Waar dit alles aan doet denken? Juist, aan de onduidelijke situatie rond het geld voor de ontmanteling van Borssele