You are here

Sjoemelstroom komt niet meer uit Noorwegen

Submitted by WISE on Tue, 08/08/2017 - 10:22

WISE bedenkt het woord ‘sjoemelstroom’ in 2012 om de aandacht te vestigen op een truc waarmee Nederlandse energieleveranciers hun groene stroom klanten een rad voor ogen draaien. In plaats van zelf aan de slag te gaan om duurzame elektriciteit te produceren importeren ze liever spotgoedkope groene stroom certificaten uit Noorse waterkracht om hun grijze stroom mee groen te wassen.

De groene stroom certificaten, in vakjargon ‘garanties van oorsprong’ ofwel GvO’s genoemd, houden de gemoederen sindsdien bezig. Feit is dat er tegenwoordig meer GvO’s worden geïmporteerd dan in 2012. Nog steeds is slechts 13% van de Nederlandse elektriciteitsproductie groen terwijl 42% van alle stroom in NL als groen wordt verkocht. De massale import van GvO’s is dus niet gestopt. Er hebben wel grote verschuivingen plaatsgevonden. De belangrijkste is dat er steeds meer GvO’s uit wind in plaats van waterkracht worden geïmporteerd. Is dat een goede ontwikkeling? Of moeten we nu van ‘sjoemelwind’ spreken?

Import van Garanties van Oorsprong 2012-2016

Noorse waterkracht? Nee bedankt!

De import van Noorse waterkracht GvO’s zit rond 2012 sterk in de lift. Praktisch álle geïmporteerde GvO’s bestaan in dat jaar uit Noorse waterkracht GvO’s. Deze certificaten kunnen met de beste wil niet worden gezien als ‘additioneel’. Dat wil zeggen, ze vertegenwoordigden op geen enkele manier een ontwikkeling naar nieuwe duurzame energieproductie, niet in Noorwegen en al helemaal niet in Nederland. De Noorse waterkrachtcentrales draaien er immers al vele decennia lang. Het besef dat erg veel groene stroom helemaal niets bijdraagt aan de Nederlandse energierevolutie is voor groene stroom klanten een grote teleurstelling. Ze dachten immers iets goeds voor het milieu te doen, ze wilden nieuwe wind- en zonne-parken gebouwd zien. De onthulling dat stroomleveranciers als NLE, BudgetEnergie en Oxxio hun klanten massaal afserveren met goedkope sjoemelstroom wordt voorpaginanieuws. Door alle ophef willen stroomleveranciers ineens af van Noorse waterkracht. Die trend zet in 2013 in, maar het duurt een paar jaar voordat het algemeen doordringt. Energiewebsite Energeia meldt in januari 2016 dat "de GvO’s van Noorse waterkrachtcentrales een slechte naam hebben gekregen door actiegroep WISE, die de term sjoemelstroom muntte."

Er komen drie ontwikkelingen op gang:

  1. Noorwegen wordt minder populair als land van herkomst voor GvO’s. Stroomleveranciers worden creatiever in het regelen van goedkope waterkracht GvO’s uit andere landen.
  2. Waterkracht krijgt een slechte naam. De stroomleveranciers gaan naarstig op zoek naar andere soorten GvO’s. Met name uit GvO’s afkomstig van buitenlandse windparken wordt populair.
  3. Nederlandse wind wordt door veel organisaties (waaronder ook WISE)  als enige écht duurzame alternatief gepropageerd. GvO’s uit Nederlandse wind worden duur en beginnen op te raken.

Hoe het samenspel van deze trends uitpakt en welke (dwaal)wegen inkopers en marketeers van energiebedrijven bewandelen wil ik hieronder toelichten.

Import uit steeds meer landen

De import uit Noorwegen, dat in 2012 haast een monopolie op GvO’s heeft,  loopt vanaf 2013 sterk terug en bedraagt in 2016 nog maar de helft (zie grafiek bovenaan). Daarvoor in de plaats komen GvO’s uit landen als Frankrijk en Zweden. Ook landen als Italië en Denemarken worden geliefd bij de handelaren die inmiddels heel Europa afgrazen op zoek naar goedkope GvO’s. De landenlijst groeit.

import GvO's uit steeds meer landen

Peter Segaar van PolderPV.nl concludeert dit in zijn analyse uit juni 2017 dat Noorwegen haar rol als hofleverancier van GvO’s definitief heeft ingeboet. Hij twittert onderstaande tabel:

Vliegende stroom uit IJsland

Ook IJsland wordt rond 2013 ontdekt als land waarvandaan goedkope GvO’s uit waterkracht en geothermie kunnen worden geïmporteerd. Maar dat roept al gauw nieuwe vragen op. Er bestaat namelijk geen stroomkabel tussen IJsland en het Europese continent, wat erg onhandig uitpakt in de beeldvorming. Down to Earth Magazine slaat de spijker op z’n kop en publiceert een artikel met de titel “Kan groene stroom uit IJsland vliegen?”

En ook hier zien we dat de stroomleveranciers snel reageren: kritiek op groene stroom IJsland? Dan kopen we toch gewoon andere GvO’s! Je ziet het terug in de statistieken van CertiQ: het aandeel IJslandse GvO’s zakt weer van 5,7% (2015) naar 3,3% (2016).

Bella Italia

BudgetEnergie staat op dat moment bekend als één van de grote sjoemelstroomleveranciers. Maar in 2015 komt een slimme marketeer op het idee dat het ook anders kan; Budget Energie introduceert een noviteit: zonnestroom uit Italië!  In het stroometiket 2015 ziet dat er zo uit: 

zonne-energie uit Italië

Zonnestroom uit Italië - wie wil dat nou niet? Daar waar andere leveranciers met veel pijn en moeite op 1% zonne-energie in het stroometiket komen, bij elkaar gesprokkeld uit honderden kleinere Nederlandse zonne-installaties, lukt het Budget energie ineens om de zon in één klap op te krikken naar 77%. Ze hebben blijkbaar een grote Italiaanse zonne-energie producent gevonden waar ze goedkoop certificaten kunnen afnemen. In een gesprek wordt een prijs van rond de 50 ct per GvO gesuggereerd. Is dat goedkoop? Ja. Ter vergelijking: GvO’s uit Nederlandse zonne-installaties kosten tussen de € 2,50 en de € 5,-.

Rekensom op bierviltje

  • Een gemiddeld huishouden verbruikt ca. 3500 KWh per jaar. Er zijn 3,5 GvO’s nodig om die hoeveelheid stroom te vergroenen.
  • Met Nederlandse zon (tussen €2,50 en de €5,- per GvO) kost dat tussen €8,75 en € 17,50 per jaar; Italiaanse zon kost 50ct per GvO – per jaar komen we op € 1,75.
  • Het kost nog geen 2 euro extra om een klant een heel jaar lang van Italiaanse zonne-energie te voorzien.

Overigens bedraagt het actuele aandeel van zon in het stroometiket van BudgetEnergie in 2016 nog maar 53%. De rest van de levering bestaat uit wind, deels uit NL.

Windenergie

Waterkracht, IJslandse geothermie, Italiaanse zon – het is ook nooit goed, hé. Windenergie dan maar? We zien dat veel stroomleveranciers deze redenering volgen en Europa afstruinen op zoek naar goedkope wind GvO’s. In heel Europa worden er in rap tempo windparken bij gebouwd, er is een groot aanbod aan Europese wind GvO’s. GvO’s uit Europese windparken zijn dan ook goedkoop, met een prijs van circa 30 ct zelfs goedkoper dan Italiaanse zon. Zo kunnen stroomleveranciers een gemiddeld huishouden voor minder dan 1 euro een heel jaar lang van groene stroom voorzien. Daarbij leveren ze GvO’s met een goede reputatie (wind) én afkomstig van een ‘onbesmet’ land (géén Noorwegen of IJsland).

Geen wonder dat de Nederlandse vraag naar wind EU-GvO’s enorm groeit. In de statistieken van CertiQ stijgt het aandeel afgeboekte wind GvO’s tussen 2014 en 2016 van 25 naar 45 procent. Dit ging ten koste van de waterkracht, dat aandeel zakte bijna precies evenredig van 59 naar 40 procent.

Afgeboekte GvO's naar energiebron

Als we verder inzoomen zien we dat 62% van alle windenergie GvO’s die we in Nederland consumeren uit het buitenland komt, waarvan het grootste deel uit Italië en Denemarken. Slechts 38% komt uit Nederland.

wind GvO's 2016

GWh

%

Nederland

8.368

38

Italië

5.650

26

Denemarken

5.245

24

Zweden

1.470

7

België

1.106

5

 

 

 

totaal import

13.470

62

Schaarste in Nederland

De vraag naar donkergroene stroom uit Nederland explodeert de laatste jaren. Deze ‘oranjegroene’ stroom wordt algemeen gezien als de stroom met de meeste impact qua duurzaamheid en als zodanig door velen (ook WISE) flink gepromoot. Het Nederlandse windvermogen groeit in 2016 met 20%,  [bron: CBS], maar toch ontstaat er een schaarste aan Nederlandse GvO’s. Dat zien we duidelijk terug in de prijzen monitor van WISE: GvO’s uit Europese wind kosten momenteel slechts 30ct, Nederlandse wind een veelvoud ervan: €2,50 – €5,-.

Scheve verhoudingen tussen landen

Er bestaan in Europa grote verschillen tussen landen als het gaat om groene stroom. Er zijn landen zoals Nederland waar weinig duurzame energie wordt geproduceerd, nationale GvO’s krap zijn en er tegelijk een grote behoefte aan groene stroom bestaat. En er zijn landen waar het precies andersom ligt zoals Noorwegen: heel veel duurzame productie en dito GvO’s, weinig vraag naar die GvO’s in eigen land.

De AIB (Association of Issuing bodies) berekent jaarlijks de Europese energiemix en heeft recent data gepubliceerd die deze scheefgroei duidelijk laat zien:

Voor Nederland, Noorwegen en Italië wordt hier telkens (linker staafhelft) de productiemix en de leveranciersmix (de mix van alle stroomlevering in dat land bij elkaar opgeteld, rechter staafhelft) van het betreffende land weergegeven. We zien dat Nederland rond de 12% groene stroom produceert maar uiteindelijk zo’n 44% levert. Voor Noorwegen is het andersom: Zo’n 98% duurzame productie, maar de leveringsmix in eigen land bevat slechts 36%. Saillant detail: In Noorwegen staat geen enkele kerncentrale, maar de stroom die er wordt geleverd bevat wél zo’n 15% kernenergie. Italië is nog niet zo scheef gegroeid als Noorwegen, maar de ontwikkeling begint daar ook net pas.

We hebben deze scheve verhoudingen in het verleden weleens besproken met onze collega’s bij Noorse ngo’s. Daar snappen ze onze bezwaren maar zien ze tegelijk weinig kans om mensen in eigen land op het thema te mobiliseren: Iedere Noor weet gewoon van kleins af aan dat praktisch de complete stroomvoorziening duurzaam is, de waterkrachtcentrales zijn overal. En dat telt voor de meesten. Begrijpelijk dat niet veel Noren wakker liggen van de papieren werkelijkheid; die toont aan dat de waterkracht GvO’s massaal worden geëxporteerd.

Untracked consumption

Alle landen die GvO’s exporteren krijgen daarvoor in ruil een grijze energiemix terug. Deze ‘European Attribute Mix’ (EAM) bestaat uit álle stroom die in heel Europa zónder GvO in het stroomnet wordt ingevoerd. De AIB (Association of Issuing Bodies) berekent elk jaar de samenstelling van die mix. In 2016 bestaat de EAM uit 71% fossiel, 25 % nucleair en slechts 4 % duurzaam.

Deze mix – niet meer te traceren d.m.v. GvO’s - krijgen de Noren en Italianen dus terug voor elke GvO die ze aan Nederland verkopen. De hoeveelheid niet traceerbare stroom die in Noorwegen in omloop is bedraagt inmiddels 84%, in Italië 87%. In Nederland is slechts 57% van de stroom niet te traceren, de rest is groene stroom en dus onderbouwd met GvO’s.

Er zijn trouwens ook landen die hierin nog veel verder zijn en zelfs bewegen richting een systeem van ‘full disclosure’, een volledig transparant systeem waarin niet traceerbare stroom wordt verbannen. Koplopers zijn Zweden (17 % untracked consumption), Oostenrijk en Ierland (allebei 20 %). WISE is een groot voorstander van de introductie van Full Disclosure in Nederland.

Sjoemelstroom anno 2017

We hebben gezien hoe Noorse waterkracht een slechte naam kreeg en hoe de markt daarop reageerde. Maar nog steeds bestaat een substantieel deel van de groene stroom in Nederland uit geïmporteerde waterkracht, de ‘klassieke’ vorm van sjoemelstroom. Er zijn vele stroomleveranciers die vasthouden aan deze goedkope manier van vergroenen. WISE maakt elk jaar een top 10 met de stroomleveranciers die procentueel de meeste sjoemelstroom in de mix hebben.

In 2016 zag die top 10 er zo uit:

 

(blauw, gecentreerd: waterkracht)

VanHelder en Innova, de aanvoerders van deze lijst, zijn relatief kleine leverancier vergeleken bij Essent. Essent is met 2,4 miljoen klanten de grootste energieleverancier van Nederland en bedient 35% van haar klanten met sjoemelstroom. We kunnen dus gerust ervan uitgaan dat Essent momenteel de eigenlijke aanvoerder van de lijst is.

Sjoemelwind?

Wat vinden we van de grote hoeveelheden Europese wind GvO’s die de laatste tijd Nederland binnenkomen? Ze zijn bijna net zo goedkoop als waterkracht GvO’s en in de landen van herkomst zoals Italië is er onder de bevolking waarschijnlijk een vergelijkbare desinteresse voor GvO’s als in Noorwegen. Als we even afzien van de inhoudelijke duurzaamheidsdiscussie (de vraag wat nou duurzamer is, wind- of waterkracht) en kijken naar het additionaliteit-vraagstuk, dan kun je over Italiaanse wind GvO’s wel zeggen dat ze waarschijnlijk afkomstig zijn van windparken die minder oud zijn dan de Noorse waterkrachtcentrales. Additioneler dus.

Bij WISE vinden we verder dat er geen wezenlijk verschil is tussen de impact van GvO’s uit Noorse waterkracht en GvO’s uit Italiaanse windenergie op de verduurzaming van de Nederlandse energievoorziening. Maar we vinden het te vroeg en uiteindelijk wellicht ook contraproductief om nu te spreken van ‘sjoemelwind’. Onderzoek naar de situatie in de verschillende Europese landen is nodig om eerst een beter beeld te krijgen. Waarom worden GvO’s in landen als Italië, Denemarken en Frankrijk niet ter plekke geconsumeerd? Is de bevolking er in die landen op de hoogte van de werking van het GvO systeem en worden ze überhaupt geïnformeerd over hun stroommix? Als we weten waarom de mensen in landen die massaal GvO’s exporteren dit toestaan, dan kunnen we er ook iets aan doen. Om te beginnen zouden we in gesprek kunnen gaan met milieu- en ander consumentenorganisaties in die landen om samen te zorgen voor meer bewustwording rond GvO’s. En de overheden van die landen zouden we wellicht moeten vragen om strengere regels als het gaat om consumenteninformatie rond groene stroom.

Bedenk dat Nederland een van de weinige landen is waar er überhaupt een discussie over groene stroom en GvO’s wordt gevoerd. Er zijn binnen de EU zelfs nog landen waar groene stroom zoals wij die kennen, met een paar kliks te bestellen via je stroomleverancier, niet eens bestaat.

[Dit artikel van Markus Schmid / WISE is ook verschenen in Energie+ magazine]