You are here

Hoe bereken je de kans op een ongeluk

Een nieuwe studie, in april 2015 gepubliceerd in Physics and Society, analyseert 174 nucleaire ongelukken die plaatsvonden tussen 1946 en 2014 en die verlies van mensenlevens en/of schade van meer dan 50.000 dollar tot gevolg hebben gehad.

Het gaat om ongelukken in een deel van de nucleaire cyclus, tot en met levering van de elektriciteit. Incidenten en ongelukken bij bv. het afvalbeheer werden dus niet meegenomen. De auteurs tonen aan dat het aantal ongelukken dat aan deze criteria voldeed vanaf de late jaren '70 van de vorige eeuw afnam en na Tsjernobyl (april 1986) nog verder is afgenomen. De ergste ongelukken laten geen duidelijke patronen zien ofwel komen nog te weinig voor om er echt patronen in te kunnen ontdekken. Wel wordt het begrip “dragon-king” geintroduceerd, voor de gevallen waarbij de omvang van het ongeluk dusdanig is dat het - omwille van de onderlinge vergelijkbaarheid van alle andere, kleinere, ongelukken - een aparte categorie verdient. Gebaseerd op hun statistische berekeningen schatten de auteurs dat er binnen 50 jaar 50% kans is op een ramp ter grootte van Fukushima, binnen 27 jaar een ter grootte van de ramp in Tsjernobyl en binnen 10 jaar een ter grootte van het ongeluk in Three Mile Island. Met de kanttekening dat dit soort schattingen heel moeilijk te maken zijn. Een meer gedetailleerd verslag van het onderzoek zal, samen met de lijst van 174 ongelukken, in het najaar van 201 gepubliceerd worden.

Probabilistische risiso-analyses

De auteurs twijfelen op grond van hun studie aan de betrouwbaarheid van de meest gebruikte methode om de kans op ongevallen te berekenen; de Probabilistic Safety Assessment (PSA). Deze gaat uit van scenario's waarvan vervolgens wordt berekend hoe groot de kans is dat die daadwerkelijk uitkomen en wat dan de schade zal zijn. Empirisch onderzoek naar ongelukken, incidenten en rampen hebben aangetoond dat PRA-methode "de kans op ongelukken dramatisch onderschat".  Ook de beroemde Princeton fysiscus M.V. Ramana vecht de PSA-methodiek aan, onder andere die van Areva (de Franse kerncentrale bouwer) die voor haar European Pressurized (water) Reactor, de EPR) uitgaat van de kans op een ernstig reactor-ongeval van eens in de 1.6 miljoen jaar. Maar ook het Amerikaanse Westinghouse, die de AP1000 reactoren bouwt, wordt bekritiseerd om hun stelling dat hun reactortype maar eens in de 2 miljoen jaar kan smelten. Ramana zegt onder andere het volgende; "Er is zowel op grond van de empirie als de theorie voldoende grond om stevig te twijfelen aan de getallen van de nucleaire industrie. Een gezaghebbende studie van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) uit 2003 wijst er op dat het onder andere vanwege geconstateerde onregelmatigheden bij de toetsing van PRA's en de analyse van databases, verstandig is om vooral ook uit te gaan van de praktijk en de ervaringen die we hebben opgedaan. Wereldwijd hebben we nu ongeveer 15000 reactorjaren achter de rug en hebben we 5 zeer ernstige ongelukken gehad in commerciele kerncentrales, (Three Miles Island, Tjesernobyl en Fukushima 3x)

De PRA-methode heeft last van een paar, inherent ingebouwde, onvolkomenheden; er wordt uitgegaan van een min of meer logische kettingreactie van gebeurtenissen die elkaar zo logisch opvolgen dat je ook redelijk weet waar en hoe je moet ingrijpen om erger te voorkomen. Maar in de prakijk blijken er indirecte, non-lineaire en moeilijk te voorspellen gebeurtenissen plaats te vinden tijdens een ongeluk in een kerncentrale. En allerlei feedback-mechanismen zorgen voor vaak onverklaarbare gebeurtenissen.  zijn er zogenaamde feedabckpllen  eknt ene paar inherent Theoretisch, heeft de RI&E methode last van een aantal problemen. Nncy Leveson van MIT en haar medewerkers hebben er tegenin gebracht dat de de ketting-reactie opvatting van ongelukken , die juist gebruikt wordt voor dit soort risico-toetsingen,de indirecte, niet-lineaire en feedback relationships die veel ongelukken in complexe systemen karakteriseren, niet kunnen verklaren.Bovendien kan het model slecht overweg met de impact van (moeilijk te voorspellen) menselijk handelen. Ramana concludeert dat de algemene conclusies die getrokken worden op basis van PRA's verre van betrouwbaar zijn. “De les die we geleerd hebben van Fukushima, Chernobyl en Three Mile Island, is simpelweg dat kernenergie onvermijdelijk gepaard gaat met catastrofale ongelukken. Er zijn veel redenen om aan te nemen dat ze veel vaker voor zullen komen dan de kwantitatieve rekenmethodes, zoals een PRA, voorspellen.Elke discussie over de toekomst van kernenergie moet beginnen met het erkennen van dit besef".

He Zuoxiu, een lid van de Chinese Academy of Sciences, verbonden aan het Instituut voor Theoretische Natuurkunde, schreef in 2013: De 443 kerncentrales hebben wereldwijd in totaal 14.767 reactorjaren gedraaid. In die periode is er 23 keer sprake geweest van een ongeluk waarbij de reactorkern (gedeeltelijk) smolt. Dat is een gemiddelde van eens in de 642 reactorjaren. Maar de ontwerpeisen voor kerncentrales schrijven voor dat een dergelijk ongeluk maar eens in de 20.000 reactorjaren mag kunnen plaatsvinden. In werkelijkheid is dat dus 32 keer waarschijnlijker dan de theorie toestaat. De nucleaire industrie zegt dat deze som niet helemaal eerlijk is;  een groot deel van die 23 ongelukken werd veroorzaakt door menselijk falen. Maar menselijk falen is onmogelijk uit te sluiten.

 

Oorspronkelijk in het Engels verschenen in de Nuclear Monitor #803 van 7 mei 2015. Vertaald door Rose-Marie Hoebens