You are here

Dossier: Kernafval in Nederland

Introductie

Een van de grootste nadelen van kernenergie is het afval dat vrijkomt.
Video: Peer de Rijk geeft in 3:43 basisinformatie over radioacief afval:

Radioactief afval moet grotendeels voor duizenden jaren (240.000 jaar) letterlijk van mens en milieu afgeschermd bewaard worden. Je mag er niet mee in aanraking komen, het mag niet lekken, zich niet verspreiden. De straling die het afgeeft is levensgevaarlijk.Toen in de jaren zeventig de eerste kerncentrales werden gebouwd dacht men dat er wel een oplossing gevonden zou worden voor het afvalprobleem. Ruim 60 jaar later weten we het nog steeds niet; geen enkel land ter wereld heeft een definitieve bergingsmethode gevonden. Alle opties zijn al voorbij gekomen; naar de zon schieten, diep in de oceaanbodem laten zinken, verbranden, bovengronds, ondergronds, in zout, klei en graniet. De nucleaire industrie zit met een enorm dilemma; zolang er geen aanvaardbare oplossing is voor het kernafval zal er nooit maatschappelijk draagvlak ontstaan voor meer kernenergie. Maar zodra ze pleiten voor een bepaalde methode en locatie voor het afval (Drentse en Groningse zoutlagen, Brabantse klei, etc.) komt de bevolking in opstand. Dus wordt de beslissing steeds uitgesteld. Ondertussen gaat ook Nederland gewoon door met het produceren van dit afval. Opeenvolgende regeringen hebben zich niet durven branden aan een keuze voor een definitieve oplossing. Al het radioactieve afval wordt nu 'voor minimaal 100 jaar bovengronds opgeslagen bij de COVRA in Zeeland'. Ofwel; de volgende generaties zoeken het maar uit…

WISE vindt dat een regering die er voor kiest om kernenergie te gebruiken en kernafval te produceren ook het lef moet hebben om duidelijk te maken wat er met het afval moet gebeuren: Waar moet het dan worden opgeslagen, en op welke manier? De Europese Unie dwingt alle lidstaten nu om in elk geval weer na te gaan denken over deze ‘hete aardappel’. In 2015 moest elke lidstaat met een plan komen. Helaas mag daar ook gewoon in staan dat het betreffende land nog 50 of 100 jaar ‘na gaat denken over een definitieve oplossing’. Dit is wat Nederland ook van plan is. De EU vindt wel dat er dan ondertussen met ‘de maatschappij’ een discussie op gang moet komen over een definitieve oplossing. ("burgerparticipatie"). Dat zou betekenen dat wij dus na gaan denken en meepraten over een oplossing die onze kleinkinderen over 100 jaar moeten uitvoeren… Onaanvaardbaar. WISE vindt dat we sowieso moeten stoppen met het maken van kernafval (dus met kernenergie). Wie blijft doorgaan met het maken van dit soort afval zal haar verantwoordelijkheid tijdens het eigen leven moeten nemen en over locaties en methodes moeten beslissen. Dan kan de bevolking zinvol meedenken en haar mening geven. In september 2015 werd het Nationaal Programma Kernafval (door ons al snel omgedoopt tot Nationaal Programma Kop-in-het Zand) gepubliceerd waarna burgers en organisaties konden reageren met een zienswijze. WISE heeft, samen met de Natuur&Milieufederaties van Drenthe, Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland en Zeeland gereageerd. Daarnaast hebben we een 'standaard zienswijze' gemaakt die burgers via onze site konden indienen, eventueel aangepast met eigen argumenten. Dat hebben ruim 400 mensen gedaan. 

Hoeveel kernafval is er eigenlijk?

Er zijn verschillende ‘soorten’ kernafval, er is een internationaal geldende indeling gemaakt die gebaseerd is op de levensduur en de stralingsintensiteit van het afval:

HOOGRADIOACTIEF AFVAL

Op dit moment (2014) is in Nederland 68 m3 hoogradioactief afval aanwezig. Dit afval bestaat voornamelijk uit verglaasd opwerkingsafval (afval dat na opwerking wordt verpakt in glas) en afval met een zeer lange levensduur uit de kernenergiecentrales Borssele en Dodewaard. Verder bestaat het uit afval dat ontstaat bij de productie van medische isotopen en de verbruikte splijtstof uit de onderzoeksreactoren in Petten en Delft. Dit verbruikte splijtstof uit de onderzoeksreactoren bevat naast splijtingsproducten de zwaardere actiniden, waaronder uranium en plutonium en kent daarom een nog langere levensduur dan de opgewerkte splijtstofstaven.

LAAG- EN MIDDELRADIOACTIEF AFVAL (LMRA)

Aan laag- en middelradioactief afval ligt in Nederland circa 10.000 m3 opgeslagen bij de COVRA. Van deze hoeveelheid afval is ongeveer de helft afkomstig van de kernenergiecentrales Borssele en Dodewaard. Een klein gedeelte hiervan zal in de komende 100 jaar vervallen tot onder de vrijgavegrens en zal daarom niet voor duizenden jaren hoeven te worden opgeslagen.

Het laag- en middelradioactief afval wordt in Nederland in vier klassen onderverdeeld:

  • Klasse A: hierin bevinden zich alfa-emitters, dit is afval met de langere halfwaardetijden
  • Klasse B: dit is afval uit kerncentrales met bèta- of gamma-emitters
  • Klasse C: dit is overig bedrijfsafval met bèta- of gamma-emitters met een halfwaardetijd van meer dan 15 jaar
  • Klasse D: hierin bevindt zich afval met bèta of gamma-emitters met een halfwaardetijd korter dan 15 jaar.

Nederlands beleid 

Eindberging van radioactief afval

In Nederland wordt al het radioactieve afval voor minstens 100 jaar bovengronds opgeslagen bij de COVRA in Borssele. Daarna moet ‘definitieve‘ berging plaatsvinden. Waar? Hoe? De overheid en de producenten hebben geen idee. Wel hebben ze een mooi schema, een tijdsplan waarin staat hoe het denken over een oplossing georganiseerd gaat worden. 

Sinds 2011 wordt via het Onderzoek Programma Eindberging Radioactief Afval (OPERA) onderzoek gedaan naar ondergrondse berging van radioactief afval. EPZ (de exploitant van de kerncentrale in Borssele) en de overheid betalen dit onderzoek. Daarnaast wordt in Europees verband onderzoek gedaan.

Op dit moment is er nog niet 1 land dat een eindberging voor hoogradioactief afval heeft. In Duitsland en Amerika zijn pogingen ondernomen voor laag- en middelactief afval en voor militair kernafval. In beide gevallen liep het slecht af. Zweden en Finland zijn binnen Europa het verst met de uitvoering van plannen voor ondergrondse opslag. Nederland heeft hier nog geen beslissing over genomen. Wel is besloten dat eenmaal opgeborgen radioactief afval terug te halen moet zijn. Natuurlijk kan dat weer veranderen; volgens het huidige beleid gaan we pas over 100 jaar beslissen waar we het kernafval opslaan…...

Nationaal programma eindberging radioactief afval

Elke EU-lidstaat moet werken aan een “nationaal programma rond de eindberging van radioactief afval”. De lidstaten moesten hun programma in 2015 aan de Europese Commissie voorleggen. 
Video: Peer de Rijk legt in 2:40 uit waar dat nationaal programma over gaat:

Onderdeel van het nationaal programma is een verkennende studie. Die gaat in op de lange termijn beheeropties voor radioactief afval en verbruikte splijtstoffen. De studie moet een overzicht geven van de voor Nederland in theorie geschikte eindbergingsopties. En wat de voor- en nadelen daarvan zijn op de zeer lange termijn. Dit onderzoek is uitgevoerd door Arcadis, op basis van de huidige inzichten. Veranderen deze inzichten? Dan laat het (inter)nationale beleid het toe om het nationaal programma bij te stellen. Wel moet dit opnieuw degelijk worden onderzocht en onderbouwd. De Commissie voor de Milieu Effect Rapportage (MER) heeft een advies gegeven over de vraagstellingen en opzet van de ‘verkennende studie’. Hierin gaat de commissie ook in op het projectplan en de reacties die daarop zijn gekomen. Het oordeel is niet mals; de regering wil te beperkt en te snel onderzoek laten doen en zou eigenlijk pas een verkennende studie moeten laten uitvoeren als er conclusies zijn getrokken over de manier waarop ‘publieksparticipatie’ vormgegeven wordt en nadat er een grondige inventarisatie is gemaakt van het precieze probleem (hoeveel afval is er eigenlijk, nu en in de toekomst). En dat laatste is weer niet goed mogelijk zonder een debat over de vraag of we doorgaan of stoppen met  kernenergie… Maar de regering wil nadrukkelijk niet dat de burgers het daar ook over hebben. Het Rathenau Instituut heeft in opdracht van de regering in september 2015 een studie gepubliceerd over 'publieksparticipatie'. De belangrijkste conclusie daaruit: “Wees duidelijk over de rol van kernenergie. Bij publieksparticipatie is het noodzakelijk om de relatie tussen kernenergie en radioactief afval te benoemen, aangezien de besluitvorming over het langdurig beheer van radioactief afval en kernenergie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn”. WISE heeft deelgenomen aan de begeleidingcommissie van dit onderzoek.

BOVENGRONDSE OPSLAG

Een methode om het radioactieve afval langdurig te beheren is eeuwigdurende bovengrondse opslag, eigenlijk op de manier zoals het nu bij de COVRA gebeurt. Dan moeten er elke 100-300 jaar nieuwe opslaggebouwen worden gebouwd. De verpakkingen moeten constant gecontroleerd worden en alles zal ongeveer om de 100 jaar omgepakt moeten worden. Hierdoor groeit ook het volume aan afval dat bewaard moet worden. Eeuwigdurende bovengrondse opslag vergt een heel actief beheer (beveiliging, controle, het doorgeven van de beschikbare kennis over het afval en de installaties). Zonder van de lusten genoten te hebben worden de lasten hierdoor op de schouders van vele honderden latere generaties gelegd.

Het eventuele ‘voordeel’ van bovengrondse opslag is dat het afval gemakkelijk toegankelijk en terug neembaar is. Met een aandoenlijk soort optimisme gaat de nucleaire industrie er van uit dat ‘we’ misschien over een paar honderd jaar een heel nieuwe toepassing voor het kernafval hebben bedacht en dat ’we’ dan blij zijn dat we er nog bij kunnen…

Grote nadelen zijn natuurlijk de kwetsbaarheid voor invloeden van buitenaf (oorlog, natuurrampen, terrorisme, ongelukken etc.). 

OPPERVLAKTEBERGING

Bij oppervlakteberging wordt het kortlevend laag- en middelradioactief afval (LMRA) in modules aan of net onder het aardoppervlak geborgen. Dat moet dan op een dusdanige manier ingesloten en afgezonderd dat mens en milieu optimaal beschermd worden, voor honderden jaren. Bij het sluiten van de berging worden de laatste barrières voor de passieve insluiting en afzondering rond het afval aangebracht. De generaties na ons hoeven dan, in tegenstelling tot de bovengrondse opslag van radioactief afval, minder actief te handelen om de veiligheid te controleren en te borgen. Toezicht blijft mogelijk en noodzakelijk.

Het ‘voordeel van oppervlakteberging is dat de bergingsmodules zichtbaar zijn. De belangrijkste nadelen van bovengrondse opslag zijn de mogelijke invloeden van buitenaf (oorlog, natuurrampen, terrorisme, ongelukken, etc.). Bovendien moet je nog steeds een andere faciliteit hebben voor het langlevende en het hoogradioactieve afval. Monitoring en terughaalbaarheid zijn makkelijker te realiseren dan bij geologische berging.

Oppervlakteberging is alleen geschikt voor kortlevend LMRA. Er kan alleen radioactief afval geborgen worden dat na 300 jaar geen risico meer geeft.

GEOLOGISCHE BERGING

Dit is de meest populaire ‘oplossing’ bij de nucleaire sector en een groot deel van de beleidsmakers. Het moet garanderen dat het afval ook na duizenden jaren buiten de levensruimte (biosfeer) van de mens blijft. Bij geologische berging wordt het afval in geologische formaties op enkele kilometers diepte geplaatst. Tijdens het vullen van de berging en enkele decennia daarna wordt de insluiting van het radioactieve materiaal geborgd door een multi-barrière systeem. Dit gaat dan over onder andere de speciaal ontwerpen containers waarin het afval verpakt wordt, de faciliteit die voor het afval gebouwd wordt en de geologische laag, waarin de faciliteit voor het afval wordt gebouwd. Een plek moet aan allerlei criteria voldoen, zoals bijvoorbeeld:

  • door de laag is geen of een lage migratie van grondwater;
  • de laag vertraagt de diffusie van vrijgekomen radionucliden naar het oppervlakte (bijvoorbeeld door adsorptie);
  • de laag heeft een voldoende homogene en gemakkelijk te karakteriseren samenstelling;
  • de laag bevindt zich niet in de buurt van seismische of vulkanische activiteit;
  • de laag is voldoende groot om te voorkomen dat het afval niet snel naar het oppervlakte kan migreren (juiste dikte en diepte);
  • er mogen geen natuurlijke rijkdommen in de omgeving van de geologische laag aanwezig zijn om verstoring in de toekomst te vermijden.

Geologische berging kan worden gerealiseerd door het afval in een geologische laag te plaatsen door middel van diepe boorgaten of in een in de geologische laag zelf speciaal ontworpen faciliteit. Deze opties worden hierna verder toegelicht

Geologische berging in diepe boorgaten

Bij het bergen van radioactief afval in diepe boorgaten wordt het afval in containers geplaatst met een diameter van maximaal 100 cm. Deze containers worden in boorgaten met een diepte van ongeveer 4 km geplaatst waarbij de onderste 2 km gebruikt kunnen worden voor het plaatsen van afval en de bovenste 2 km gebruikt worden voor afdichting. Tussen de verschillende containers komt een buffermateriaal zoals beton.

In een boorgat is niet te garanderen dat de containers lang intact blijven, de druk op deze diepte is dusdanig hoog dat welke constructie dan ook op relatief korte termijn zijn integriteit zal verliezen. Voordat er tot deze optie kan worden over gegaan moet dus worden uitgesloten dat het radioactieve materiaal te snel kan migreren naar de oppervlakte. Dat betekent dat er strenge eisen moeten worden gesteld aan de locatie.

Naar eindberging in boorgaten is in onder andere Zweden en de Verenigde Staten onderzoek gedaan. Dit onderzoek heeft echter nog niet geleid tot een operationele toepassing van het gebruik van boorgaten.

Geologische berging in een speciaal ontworpen faciliteit

In diverse landen is en wordt onderzoek gedaan naar eindberging in geologische lagen als graniet, zout en klei. De Nederlandse regering denkt dat er in Nederland twee geschikte geologische formaties voorhanden zijn; zout (zoutlagen en zoutkoepels) en klei. Naar beide opties wordt al decennialang onderzoek gedaan. De VS heeft een faciliteit in een zoutlaag voor kernafval uit de militaire industrie, de WIPP. In 2014 is het daar gigantisch misgegaan. Dit zal grote gevolgen hebben voor het denken over zoutlagen als mogelijke bergingsmethode. Er is in het verleden onderzoek gedaan naar eindberging van radioactief afval in Nederlandse zoutlagen. Op dit moment (2014) wordt in het Onderzoeksprogramma Eindberging Radioactief Afval (OPERA) gekeken naar de mogelijkheden van berging in de zogenaamde Boomse klei, in Brabant en Friesland

In het 'Rapport Verkenning Lange Termijn Beheeropties Afval' waaraan Arcadis in 20144 werkt worden deze twee opties (boorgaten en speciaal ontworpen faciliteit) van geologische berging onderzocht.

PARTITIE EN TRANSMUTATIE (verkorten levensduur)

Partitie en transmutatie (P&T) is het veranderen van hoogradioactief afval met lange levensduur naar radioactief afval met een kortere levensduur zodat het uiteindelijk minder lang opgeslagen hoeft te worden. Partitie betekent dat de niet herbruikbare en langlevende componenten (plutonium en americium), uit gebruikte splijtstof worden gehaald. Vervolgens vindt transmutatie plaats. Dit houdt in dat die componenten opnieuw de reactor ingaan waar ze vervallen tot stoffen met een kortere levensduur (ongeveer driehonderd jaar). Dit kan nu nog helemaal niet, Nederland kiest er nu nog noodgedwongen voor deze langlevende componenten te ‘verglazen’, en, verpakt in glas en beton, op te slaan bij de COVRA.

Sinds de jaren '50 van de 20e eeuw wordt er al onderzoek gedaan naar partitie en transmutatie. Op laboratorium schaal is levensduurverkorting mogelijk gebleken. De technologie is echter nog niet geschikt om op grote schaal toe te passen. Zelfs als het wel lukt blijf je zitten met een deel hoogradioactief afval dat alsnog opgeborgen zal moeten worden. er verdere ontwikkelingen volgen zal er noodzaak blijven voor berging van hoogradioactief afval. Het proces zelf zal namelijk ook hoogradioactief afval genereren. Andere nadelen van P&T zijn dat er meer handelingen met de gebruikte splijtstof moeten worden uitgevoerd, inclusief de bijbehorende veiligheidsrisico’s en dat het niet kan worden toegepast op het reeds verglaasde afval.

Wat vindt WISE van kernafval?

We staan er helder en simpel in: Zolang de kraan openstaat gaan we niet dweilen. Dus: Borssele, de onderzoeksreactoren in Delft en Petten en URENCO dicht!

Wie toch kiest voor meer kernafval moet ook aangeven waar en hoe het kernafval wordt opgeslagen. Het is onverantwoord om die keuze over de schutting van volgende generaties te gooien. Dus: Als Borssele niet dicht gaat moet de overheid NU zeggen wat er met het kernafval moet gebeuren; waar en op welke manier wordt het opgeslagen. Dan kan de maatschappij die ook gebruik maakt van de atoomstroom gaan praten over die door de overheid genomen besluiten.

Een maatschappelijk debat met maximale participatie van de bevolking heeft alleen zin en zal alleen tot aanvaardbare oplossingen leiden als het vertrekt vanuit een situatie waarin het probleem niet ondertussen groter wordt gemaakt. Dus, nogmaals; Borssele dicht. Zolang dat niet zo is heeft het geen zin aan de bevolking te vragen op welke manier ze mee willen praten over een eindberging. Publieksparticipatie en een maatschappelijk debat heeft alleen zin als alle stakeholders’ gelijke mogelijkheden krijgen om effectief mee te doen; tijd, geld, informatie.

Wat kunt u doen?

  • Pleiten voor sluiting van de kerncentrale Borssele
  • Via WISE of zelfstandig meedoen aan alle mogelijkheden voor inspraak op overheidsbesluiten, nu heel concreet over het nationaal plan kernafval. Stuur ons een email als u mee wilt doen.
  • WISE sterker maken; de komende jaren worden er veel belangrijke besluiten genomen over de toekomst van het kernafval. WISE wil zich daar intensief tegenaan bemoeien. Dat kan alleen als we voldoende donateurs hebben.
  • Meer mensen informeren; WISE helpt graag bij het organiseren van informatieavonden, folders, brochures, ingezonden brieven, informatiekramen op markten en manifestaties.
  • Zorg er voor dat u zelf in elk geval geen kernafval produceert; stap over op een energiebedrijf dat gegarandeerd geen atoomstroom verkoopt.