You are here

Kernafval in zout: 3 keer geprobeerd, 3 keer....

Submitted by WISE on Fri, 11/04/2014 - 08:30

(11 april 2014) Wereldwijd zijn er drie plaatsen waar radioactief afval in zoutmijnen wordt opgeslagen. En bij alle drie zijn er grote problemen. Bij de Duitse zoutkoepels in Asse en Morsleben lekken de vaten en kost het de belastingbetaler 6,1 miljard euro om er wat aan te doen. Bij de opslagmijn in een zoutlaag in de Verenigde Staten is plutonium ontsnapt. Oorzaak nog onbekend. Nederland blijft voorlopig vasthouden aan het idee dat ons kernafval uiteindelijk in zout moet worden opgeborgen.

Gedwongen door Europese wetgeving heeft de Nederlandse regering het dossier kernafval maar weer eens afgestoft; het Ministerie van Economische Zaken is een nieuw traject begonnen, inclusief allerlei onderzoek en voorstellen voor ‘publieksparticipatie’. EZ heeft ook advies gevraagd aan de Commissie voor de Milieu Effect Rapportage (Cie MER). Deze bracht op 10 april 2014 haar advies uit. Interessant is dat de Cie MER zegt zich mede te hebben laten leiden door de inspraakreacties die organisaties en individuele burgers hadden ingediend, als reactie op het (beperkte) plan van Economische Zaken. Belangrijkste boodschap: er moet vanuit een veel bredere blik naar het probleem worden gekeken, er moet meer onderzoek worden gedaan, er moet meer aandacht zijn voor de maatschappelijk-ethische aspecten, er moet minder geredeneerd worden vanuit één vertrekpunt (“definitieve berging in zout” bijvoorbeeld). Enerzijds moet de overheid meer tijd nemen voor het onderzoek, anderzijds moet bijvoorbeeld voor 2018 de volgende actie worden ondernomen: “Het verkennen van mogelijkheden om een eindberging in samenwerking met andere landen te realiseren.” [i] Dit is opmerkelijk want hoewel de optie (internationale oplossing) altijd wel is opengehouden durfde geen enkele regering tot nu toe concrete stappen te zetten. Het betekent immers dat je je in principe ook openstelt voor het kernafval uit het buitenland, bijvoorbeeld in de Nederlandse zoutkoepels.[ii] Reden genoeg om even wat preciezer te kijken naar de ervaringen met zou tot nu toe.

Morsleben (Duitsland): dreigend water

In de Duitse zoutkoepel Morsleben in de deelstaat Saksen-Anhalt is 38.000 m3  licht-  en middelradioactief afval opgeslagen. Jaarlijks stroomt er 11.000 m3 water de zoutmijn in, dat grotendeels weer wordt opgevangen en naar boven wordt gepompt, het is niet de bedoeling dat het in aanraking komt met het afval. Ondanks het permanente pompen dreigt de zoutkoepel vol water te lopen en in te storten. Om de boel te stutten is er tot nu toe al een ruimte van maar liefst 950.000 m3 gevuld met een mengsel van zout, steenkoolfilteras, cement en water: zoutbeton geheten. Om het radioactieve afval voorgoed veilig af te sluiten moet er volgens de berekeningen in totaal 4 miljoen m3 opgevuld worden. De Duitse toezichthouder, het  Bundesamt für Strahlenschutz (BfS), heeft hiervoor een vergunning aangevraagd en verwacht 15 tot 20 jaar nodig te hebben om deze klus te klaren. Om de situatie in de opslagmijn in de gaten te houden vinden er permanent talloze metingen plaats. De holle ruimtes in de zoutkoepel vloeien heel langzaam dicht. Dat kan een bodemdaling tot gevolg hebben. Op 850 plaatsen is al een bodemdaling geconstateerd, de afgelopen 20 jaar ging het om gemiddeld 1 millimeter per jaar. Het is minstens zo belangrijk om te weten of het zout beweegt (zogeheten convergentie) Op 330 punten worden eventuele  horizontale en verticale veranderingen in het gangenstelsel gemeten. De ontwikkelingen van scheuren in het zout wordt op 30 plaatsen bijgehouden.[iii] In totaal zijn er dus ruim 1200 meetpunten

Asse (Duitsland): lekkende vaten

In de Duitse deelstaat Nedersaksen ligt de zoutkoepel Asse, waarin tot 1978 zo'n 125.000 vaten laag- en 1300 vaten middelradioactief afval zijn opgeslagen. Het laagradioactief afval ligt in twaalf opslagruimtes op 725 tot 750 meter diepte, het middelradioactief afval in één opslagruimte op 511 meter diepte.[iv] In de 70er jaren van de vorige eeuw was men nog van plan om hier ook hoogradioactief afval op te slaan. Het Duitse voorbeeld was een belangrijke reden voor de Nederlandse overheid toen om ook te kiezen voor opslag in zoutkoepels als uitgangspunt. Er is uiteindelijk nooit hoogradioactief afval in de mijn gedumpt. In Asse werd, op 700 meter diepte,  het radioactieve cesium-137 gemeten. In 2008 werd bekend dat dit cesium al vanaf het begin van de jaren 90 vrijkomt.[v] Er stroomt namelijk dagelijks 12.000 liter water de zoutkoepel in. Het aldus gevormde pekel heeft de vaten aangetast, waardoor de vaten zijn gaan lekken. Begin jaren 70 werd nog beweerd dat de opslag in Asse “voor eeuwig veilig zou zijn”.[vi] Nu blijkt er al na 40 jaar radioactiviteit te lekken.

Wolfram König, directeur van het BfS stelde begin februari 2012 dan ook dat: „De geschiedenis van Asse een schoolvoorbeeld is van hoe men een veilige opberging van kernafval niet moet uitvoeren. In dit schoolvoorbeeld staat beschreven dat er teveel vertrouwd is op technische oplossingen en er te weinig aandacht was voor de grenzen aan de kennis en het nemen van verantwoordelijkheid.“ [vii]

In Asse worden alle vaten weer opgegraven.[viii] [ix] Volgens het BfS blijkt uit risicoanalyses dat voor Asse ‘opgraven’ en voor Morsleben ‘opvullen’ de veiligste oplossing is.[x] Dat kost de belastingbetaler 3,9 miljard euro (Asse) [xi] [xii] en 2,2 miljard euro (Morsleben).[xiii] Het wordt niet betaald door de eigenaren van de kerncentrales die het afval hebben geproduceerd.

Carlsbad (VS): ontsnapt plutonium

In de buitenlucht boven een opslagmijn met radioactief afval in de Verenigde Staten is een geringe dosis van het gevaarlijke plutonium gemeten. Hoe dit uit de mijn kon ontsnappen is onbekend. Al twee maanden wordt er naar de lozingsbron gezocht, tot nu toe zonder succes. Al in 1957 zei de Amerikaanse Academie van Wetenschappen dat het kernafval het beste in zout opgeborgen zou kunnen worden.[xiv] De Atoomenergiecommissie ontwikkelde plannen in die richting. In 1963 werd begonnen met proefboringen in zout bij Lyons in de staat Kansas. Dat leverde ongunstige resultaten op, waarna men op andere plaatsen in zout ging boren.[xv] Ook zonder succes. Vervolgens viel het oog op zoutformaties bij Carlsbad in New Mexico. Niet alle kernafval mag daar opgeslagen worden. De Amerikaanse overheid maakt een onderscheid tussen kernafval dat ontstaat bij de productie van kernwapens en kernafval dat ontstaat bij de productie van elektriciteit uit kerncentrales. Bij Carlsbad is de opslag van laag- en hoogradioactief afval uit kerncentrales nadrukkelijk verboden.[xvi] Wel mocht een deel van het radioactieve afval van de kernwapenproductie daarnaartoe.[xvii] De aanleg van de opslagmijn op 655 meter diepte heeft de naam WIPP (Waste Isolation Pilot Plant) gekregen en kostte 2 miljard dollar (1,4 miljard euro)..[xviii] De opslag zou aanvan­ke­lijk beginnen in 1988, maar omdat er water in de mijn lekte liep het project vertraging op tot maart 1999.[xix] [xx] [xxi] [xxii] [xxiii] [xxiv]

Er ligt nu zo’n 91.000 m3 afval, zoals kleren en apparatuur die besmet zijn met plutonium, verpakt in stalen vaten met erern betonnen mantel.[xxv] De maximaal toegestane hoeveelheid is 175.600 m3.[xxvi] Zout is plastisch, bij de WIPP beweegt het 7,5 tot 15 centimeter per jaar en sluit zo als het ware vanzelf de vaten af van de omgeving.[xxvii] Terughalen van de vaten is dan vrijwel onmogelijk. En dat hoeft ook niet, stelde bijvoorbeeld het overheidsorgaan Environmental Protection Agency; er zou de komende 10.000 jaar geen radioactiviteit vrijkomen uit de WIPP.[xxviii] Deze stelling was vanaf het begin omstreden, maar kritische vragen werden door de overheid terzijde geschoven.[xxix]  WIPP is in de ogen van voorstanders van kernenergie een voorbeeld van een succesvolle opberging.  Maar WIPP is deze voorbeeldfunctie nu kwijt. Op 14 februari jl. is er namelijk een kleine dosis van de gevaarlijke radioactieve stoffen plutonium en americium gemeten in de omgeving van de opslagmijn. Maar wat is er precies gebeurd? Hoe kon er radioactiviteit vrijkomen en zich verspreiden tot in de buitenlucht? Dat is tot nu toe voor iedereen een raadsel. Er is nu wel een aantal mensen opnieuw de mijn in gegaan naar een deel waar geen kernafval ligt opgeborgen.[xxx] [xxxi] De volgende stap is onderzoek in de buurt van de radioactieve bron. Dat moet uiterst zorgvuldig gebeuren. Wanneer de oorzaak is opgespoord en wat er dan gaat gebeuren is onbekend.[ Wel is al bekend dat een geplande uitbreiding van de opslag niet is toegestaan door de regering van de Staat New Mexico.[xxxiii] Daarmee komt de berging van radioactief afval in de VS weer op de agenda.[xxxiv]

 

[ii] Acht zoutkoepels kunnen in aanmerking  komen voor opberging van radioactief afval: Ternaard in Friesland, Zuidwending, Pieterburen, Onstwedde en Winschoten in de provincie Groningen, Schoonlo en Gasselte-Drouwen in Drenthe, gevolgd door de minder zekere zoutkoepels Hooghalen en Anloo in Drenthe.

[iii]  Bundesamt für Strahlenschutz, “Endlager Morsleben. Betriebliche Sicherheit und Strahlenschutz für Mensch und Umwelt”, maart 2014.

[iv] Asse Einblicke, nr. 13, mei 2011, p 2.

[v] Süddeutsche Zeitung, 25 juni 2008. BMU, persbericht 2 september 2008.

[vi] Kühn, K.; Klarr, K.; Borchert, H. (01.11.1967): Studie über die bisherigen Laugenzuflüsse auf den Asse-Schächten und die Gefahr eines Wasser- oder Laugeneinbruchs in das Grubengebäude des Schachtes II. Herausgegeben von GSF - Gesellschaft für Strahlenforschung mbH München und Institut für Tieflagerung Clausthal-Zellerfeld. “Bei der Einlagerung in Salzbergwerken ging man davon aus, dass die Rückkehr der radioaktiven Stoffe in die Biosphäre ausgeschlossen wäre.”

[x]  Bundesamt für Strahlenschutz, “Endlager Morsleben. Betriebliche Sicherheit und Strahlenschutz für Mensch und Umwelt”, maart 2014.

[xiii] Bundestag, hib-Meldung, 8 augustus 2008, 2008_227/01.

[xv] Voor een gedetailleerde bespreking van de geschiedenis van de plannen voor opslag van kernafval in de Verenigde Staten verwijzen we naar: 1. Ronnie Lipschutz, "Radioactive Waste: Politics, Technology and Risk", Cambrigde USA, 1980; 2. A.A. Albert de la Bruhèze, "Political Construction of Technology. Nuclear Waste Disposal in the United States, 1945-1972", WMW-publikatie 10, Faculteit Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschap­pen Universiteit Twente, Enschede, 1992; 3. Roger E. Kasperson, "Social Issues in Radioactive Waste Manage­ment: The National Experience", in: Roger E. Kasperson (ed), Equity Issues in Radioactive Waste Management, Oelgeschla­ger,Gunn & Hain Publis­hers, Cambrid­ge, Massachusetts, 1983, hoofdstuk 2.

[xvii] Luther. J. Carter, Waste Management; Current Controversies  over the Waste Isolation Pilot Plant; in: Environment, Vol. 31, no. 7, september 1989, p 5, 40 en 41.

[xviii] Nuclear Fuel, 9 maart 1998, p 6 en 7.

[xix] Nucleonics Week, 15 oktober 1992. p 8.  

[xxi] Nuclear Fuel, 1 juni 1998, p 11 en 12.

[xxvi] Eind jaren-20 zal de 175.600 kubieke meter bereikt worden, waarop de opslag stopt per oktober 2030; de mijn zal dan in 2038 worden afgesloten.

[xxviii] http://nuclearactive.org/ ACTION ALERT – AN INDEPENDENT INVESTIGATION OF WIPP IS NEEDED, 5 april 2014.