You are here

Kerncentrale Borssele

Nederland heeft nog één kerncentrale waarmee elektriciteit wordt opgewekt, in het Zeeuwse Borssele. De centrale is eigendom van PZEM (70%) en RWE (30%) en wordt geëxploiteerd door EPZ.

Zeeland kerncentrale Borsselekerncentrale Borssele

De kerncentrale Borssele heeft een vermogen van 485 MW en is goed voor ca. 3% van de Nederlandse elektriciteitsproductie. PZEM en RWE zijn samen eigenaar van de centrale. PZEM is een publiek, regionaal geworteld bedrijf, alle aandelen zijn in handen van Zeeuwse gemeenten (50%) en de provincie Zeeland (50%). Essent had vanaf september 2011 30% van de aandelen in bezit. Toen Essent werd overgenomen door het Duitse RWE werden de aandelen in de kerncentrale apart ondergebracht in een holding, de ERH. Die was nog in publiek eigendom (provincies en gemeenten) en zou meedoen met een vergunningaanvraag voor een nieuwe kerncentrale in Zeeland. Nu dat niet doorgaat is de ERH opgegaan in RWE.

Hoe lang blijft Borssele open? 

Met de sluiting van een kerncentrale in Dodewaard (in 1997) en een besluit van de 2e Kamer in 1994 om de kerncentrale Borssele in 2003 te sluiten leek er een einde te komen aan het gebruik van kernenergie voor de opwekking van elektriciteit in Nederland. Maar de centrale draait nog steeds.

De kerncentrale in Borssele is meer dan 40 jaar oud. Hij is economisch afgeschreven - dat wil zeggen, de hoge bouw- en opstartkosten van de dure centrale zijn alweer terugverdiend - en dus zouden RWE en Delta (inmiddels PZEM) in principe flink kunnen verdienen aan de verkoop van de opgewekte elektriciteit. Door de sterk veranderde omstandigheden in de (Europese) energiemarkt gebeurt dat al jaren niet. De centrale is met forse overheids-subsidies gebouwd, in eerste instantie om energie-intensieve industrie naar Zeeland te lokken. Elke tien jaar wordt de centrale onderzocht en, indien nodig, opgeknapt.

De politiek heeft zich vele malen gebogen over de vraag wanneer de centrale dicht moet. Omdat diezelfde politiek de energiemarkt vergaand geliberaliseerd heeft kan ze dat bijna niet meer zelf bepalen. In 1994 werd er een afspraak gemaakt tussen toenmalig Minister van Economische Zaken Hans Weijers (D66) en de sector; de centrale zou in 2004 gesloten worden. Omdat eerst nog moest worden geïnvesteerd in verbetering van de veiligheid werd afgesproken dat de eigenaren bij sluiting zouden worden gecompenseerd met 32 miljoen euro. Maar de eigenaren zijn zich in de jaren daarna met succes gaan verzetten tegen de afspraken en sluiting werd op de lange baan geschoven.

Kabinetten-Balkenende

Met het aantreden van de kabinetten Balkenende was het einde helemaal zoek; de regering deed niet eens meer haar best om vast te houden aan afspraken over sluiting. Eerst werd sluiting al opgeschoven naar 2013 en daarna zwichtte Staatssecretaris Van Geel (CDA) volledig voor het dreigement van jurisdische actie door de eigenaren van de kerncentrale en sloot een convenant waarin werd geaccepteerd dat Borssele tot 2033 open blijft.  

Risico's Borssele

Aan de hand van theoretische modellen worden kansberekeningen gemaakt: hoe vaak kan in theorie een ernstig ongeluk plaatsvinden in een kerninstallatie. Deze kwestie is kennelijk niet eenvoudig want er worden vele tientallen verschillende antwoorden op gegeven, die voortdurend weer worden bijgesteld in positieve of negatieve richting. In feite doet het er ook niet veel toe of een ramp in theorie eens in de duizend of tienduizend jaar zal plaatsvinden. Veel belangrijker is dat dergelijke ongelukken al hebben plaatsgevonden, dat ze absoluut niet uit te sluiten zijn en dat de gevolgen zo vernietigend kunnen zijn dat het risico eigenlijk niet genomen zou mogen worden. De nucleaire industrie blijft beweren dat de kans op een ernstig kernsmelt-ongeval miniem is en dat het maar eens in de 100.000 jaar kan plaatsvinden. Gek genoeg is het in de afgelopen 50 jaar al vijf keer grondig misgegaan...Harrisburg, Tsjernobyl, Fukushima (3x)...  De kans op menselijk falen (oorzaak van de ongelukken in Harrisburg en Tsjernobyl) is bijvoorbeeld niet te berekenen.

Rampenplannen

Een dichtbevolkt land als Nederland komt in een noodsituatie voor onoverkomelijke problemen te staan. Elke gemeente met een nucleaire installatie binnen haar grenzen heeft een uitgebreid rampenplan. Bij tijd en wijle worden deze op heel kleine schaal beproefd. Zelfs oefeningen met geïnstrueerde mensen lopen meestal volledig in het honderd. Waar de installatie ook staat, bij een beetje ongunstige wind moeten er al gauw een miljoen mensen verplaatst kunnen worden. Het is volstrekt irreëel te veronderstellen dat een dergelijke operatie in korte tijd mogelijk is. Om de grote paniek en chaotische vlucht van mensen de baas te kunnen zullen leger en politie op grote schaal ingezet moeten worden. Tot welke taferelen dit kan leiden laat zich raden. De overheid zou er goed aan doen op dit punt eerlijk te zijn: effectieve evacuatie (het werkelijk in veiligheid brengen van mensen) is na een kernramp in Nederland onmogelijk.