You are here

Nationaal Programma Kop-in-t-Zand naar ‘Europa’

Submitted by WISE on Tue, 19/07/2016 - 12:36

De regering heeft het Nationaal Programma radioactief afval vastgesteld en opgestuurd naar de Europese Commissie (EC). Het enige concrete programmapunt is het voornemen een Klankbordgroep in te stellen die zich mag gaan buigen over alle onderwerpen waar de regering zich niet aan wil branden. Alle besluiten over definitieve berging van het Nederlandse radioactieve afval worden 100 jaar uitgesteld.

De aanloop

Minister Kamp van Economische Zaken bracht op 18 januari 2016 het Energierapport 2016 uit. Daarin stelde hij dat het denkbaar zou zijn dat er rond het jaar 2023-2025 vier grote nieuwe kerncentrales gebouwd worden, met een elektrisch vermogen van 6400 Megawatt. Dat is 13 keer de kerncentrale Borssele. Over het kernafval zweeg de Minister in dat rapport. Maar de Europese Commissie eist van alle lidstaten een plan voor (definitieve) berging van het radioactieve aval. Een dergelijk ‘Nationaal Programma’ had in augustus 2015 ingediend moeten worden maar de Nederlandse regering haalde die datum niet. Wel maakte de regering al in 2012 een wetsontwerp en daarna een conceptprogramma, gevolgd door een ontwerpprogramma en tenslotte in juni 2016 een definitief programma. Op zowel het wetsontwerp als het concept- en het ontwerpprogramma was inspraak mogelijk. WISE heeft al die gelegenheden aangegrepen (evenals tal van andere organisaties en individuen) om te laten weten wat we er van vonden. Wie alle opeenvolgende versies naast elkaar legt moet constateren dat er met de reacties vrijwel niets is gedaan.

Europese Commissie (EC) stelt eisen

In 2011 bepaalde de Europese Commissie in een richtlijn dat elke lidstaat uiterlijk in augustus 2015 een Nationaal Programma voor eindberging van radioactief afval moest maken, waarin onder meer zou moeten staan;

  • welke doelen men wil bereiken;
  • welke belangrijke mijlpalen en tijdskaders er zijn;
  • om hoeveel kernafval het gaat;
  • welke plannen en technische oplossingen er zijn voor het kernafval vanaf de productie van kernafval in de kerncentrale tot en met de eindopslag;
  • op welke manier de bevolking betrokken wordt bij de plannen.

Moeizame reactie Nederlandse regering

Het Ministerie van Economische Zaken diende vervolgens op 14 december 2012 een wetsontwerp in met daarin de tekst: “Burgers, bedrijven en overheden zullen worden betrokken bij de vormgeving van het beleid voor het beheer van verbruikte splijtstoffen en radioactief afval.” De regering kondigde op 13 augustus 2013 het Nationaal Programma radioactief afval aan en vroeg op 8 oktober 2013 de bevolking om haar mening over onder andere opslagmethodes van radioactief afval. Tot 21 november 2013 kon gereageerd worden op het zogeheten startdocument. Dit was een rapport over kernafval dat in opdracht van de regering gemaakt was door Arcadis. WISE heeft toen in een reactie uitgebreid beargumenteerd waarom we dit dit rapport niet geschikt vonden als startdocument. We stelden voor dat de regering het rapport introk en haar huiswerk overdeed. 

Inspraak over kernenergie ongewenst

De regering legt dit verzoek naast zich neer. Minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu (die inmiddels de politieke verantwoordelijkheid voor alles rond kernafval had overgenomen van Kamp) publiceerde op 30 september 2015 het concept Nationaal Programma radioactief afval. Daarin gaat de Minister de discussie over berging van radioactief afval in bijvoorbeeld zoutkoepels of kleilagen volledig uit de weg. Op dit plan kwam dan ook veel kritiek, maar in het ontwerp Nationaal Programma radioactief afval dat op 10 februari 2016 verscheen vinden we daar niets van terug. Minister Schultz van Haegen stelt dat hoogradioactief afval tot een kwart miljoen jaar gevaarlijk blijft, maar vindt dat een discussie over al dan niet stoppen met kernenergie buiten de scope van het Nationaal Programma valt. In het overgrote deel van de meer dan 500 inspraakreacties wordt juist gesteld dat de discussie over de toekomst van het radioactieve afval niet los kan worden gezien van een discussie over kernenergie.

Op 24 juni 2016 is de definitieve versie van dit programma vastgesteld door de Minister. Ze herhaalt: “Het nationale programma gaat dus ook niet over de discussie over het al dan niet stoppen met het produceren van kernener­gie. Die discussie wordt gevoerd in het kader van het bepalen van de energiemix.” In alle discussies en rapporten over de energievoorziening kan juist weer nooit gesproken worden over het kernafval dat bij kernenergie hoort.

Doorschuiven naar Klankbordgroep

Het enige concrete besluit van de Minister nu is dat er nog in 2016 een zogeheten Klankbordgroep wordt opgericht, samengesteld uit vertegenwoordigers van maatschappelijke, bestuurlijke en wetenschappelijke organisaties. De klankbordgroep moet de bevolking betrekken bij de discussie over radioactief afval, advies uitbrengen over de financiering van de eindberging en aangeven waar het kernafval opgeborgen kan worden. In de woorden van de Minister moet de klankbordgroep: “aandacht besteden aan (…) potentieel geschikte zoekgebieden voor berging van radioactief afval die gereserveerd kunnen worden en aangeven (…) welke beleidsmatige afstemming nodig is, gelet op andere gebruiksfuncties van de (diepe) ondergrond ter plekke.” Minister Schultz van Haegen schrijft de rapporten van de Klankbordgroep te zullen betrekken bij de herziening van het Nationaal Programma in 2025.

Een klassieker; gooi het probleem over de schutting van de volgende regering. De Klankbordgroep moet een advies uitbrengen over de mogelijke opslagplaatsen voor kernafval. Dat houdt in dat al snel begonnen moet worden met de keuze van locaties. De discussie over opslag in zoutkoepels, kleilagen, Friesland, Groningen, Brabant of Drenthe (of toch maar Zeeland?) zal hierdoor weer op gang komen. 

Bijna 2 miljard euro tekort

En ja, ook hier gaat het over geld. De kerncentrale Dodewaard (in bedrijf van 1969 tot 1996) en de kerncentrale Borssele (vanaf 1973 open) zijn de belangrijkste producenten van hoogradioactief afval. Beiden zouden jaarlijks geld opzij zetten en sparen om de definitieve berging van het radioactieve afval te kunnen betalen. Dat was al een ingewikkelde constructie want hoe kun je nu weten hoeveel geld je moet sparen als je niet weet hoe je het kernafval gaat opbergen? En zelfs als je al een techniek (diepe ondergrond, zout, klei, terughaalbaar of niet|) hebt gekozen; hoe weet je dan hoeveel het ontwikkelen en implementeren daarvan gaat kosten? Er is nog nergens ter wereld een definitieve berging gerealiseerd.

Het gespaarde geld gaat naar het Waarborgfonds Eindberging. De vooronderstelling van alle opeenvolgende kabinetten is dat er voldoende rendement wordt gehaald zodat er uiteindelijk voldoend geld gespaard is. Door uit te gaan van langdurige gunstige resultaten (rente en beleggingen) hoef je aan het begin per jaar minder geld in te leggen. De kerncentrale  Borssele is dus goedkoper uit. De keuze om te wachten met (het nemen van een besluit over) definitieve berging is een verkapte subsidie voor de exploitant van een kerncentrale.

Er is echter een probleem. Minister Schultz van Haegen heeft op 18 september 2015 voor het eerst inzage gegeven in de omvang van dit fonds. Op 31 december 2014 zat er 68 miljoen euro in. Borssele en Dodewaard hebben in de afgelopen 46 jaar niet al te veel opzij hoeven zetten.  

In inspraakreacties op het Nationaal Programma is gewezen op deze financiële problemen. De regering gaat daar echter niet op in, maar herhaalt uitgangspunten en bezweringsformules waarmee vragen en kritiek al decennia lang worden doorgeschoven: “uitgangspunt is dat de vervuiler betaalt” en “er worden financiële middelen gereserveerd om in de toekomst die eindberging mogelijk te maken.” Maar er is ook een nieuwe variant bedacht, bijna nog fraaier. Op 24 juni 2016 schrijft Minister Schulz van Haegen in de eindversie van het Nationaal Programma: “Door toekomstige generaties te voorzien van de benodigde – financiële – middelen om een eindberging te realiseren (…) wordt hen de vrijheid gegeven te kiezen voor de beste beheerroute voor dat moment zonder daarbij onredelijke lasten bij hen neer te leggen.” 

Definitieve eindberging (waarbij dan op papier toch alvast wordt uitgegaan van diepe ondergrondse berging, in klei, zout of ergens in het buitenland) zal, volgens opeenvolgende kabinetten, zo’n 2.3 miljard euro gaan kosten. De huidige spaarpotten lopen absoluut onvoldoende vol om dat doelbedrag in zicht te krijgen. Maar ook daar mag de Klankbordgroep over na gaan denken. De Minister wil nog dit jaar een voorzitter voor de Klankbordgroep aanstellen. 

(met dank aan Herman Damveld, publicist en onderzoeker)