You are here

Petten: Onderzoeksreactor aan het knoeien

Op dit moment (2017) zij er in Nederland nog op twee plekken onderzoeksreactoren in bedrijf, in Petten en in Delft. De Hoge Flux Reactor in Petten is een regelrecht zorgenkind. En er zijn plannen voor een nieuwe onderzoeksreactor in Petten; de Pallas-reactor. 

Energie onderzoek Centrum Nederland (ECN)
In 1951 werd door het Reactor Centrum Nederland (RCN), (sinds 1976 Energieonderzoek Centrum Nederland, ECN) een verdrag met Noorwegen gesloten voor onderzoek, waarbij Noorwegen een proefreactor bouwde en Nederland het uranium leverde.  Sinds 1999 is al het nucleaire werk van het ECN ondergebracht in het NRG, de Nuclear Research Group. De NRG exploiteert op het ECN-terrein een kleine reactor die voor kernenergie-onderzoek gebruikt wordt, maar ook voor de productie van isotopen voor medische doeleinden. In 2022 gaat die reactor dicht en plannen voor de bouw van een nieuwe onderzoeksreactor zijn al in een vergevorderd stadium. Het is zeer de vraag of dit wel slim is; de benodigde medische isotopen kunnen ook op een andere manier gemaakt worden (met veel minder productie van radioactief afval) en de markt voor (fundamenteel en toegepast) onderzoek naar kernenergie lijkt een aflopende zaak. Omdat de reactor vooral gebruikt wordt voor de productie van medische isotopen moet een nieuwe reactor door 'de markt' gefinancierd worden. Het lukt echter maar niet om de business-case rond te krijgen. Telkens slaagt de NRG er in om toch weer publiek geld te krijgen om door te kunnen gaan met zowel de huidige reactor als het maken van plannen voor de nieuwe "Pallas"reactor. In oktober 2014 besloot Minister Kamp van Economische Zaken om een lening van 82 miljoen euro te verstrekken aan de NRG, geld dat nodig is om de huidige reactor aan de praat te houden; de isotopen leveren te weinig op (overproductie op de wereldmarkt) maar kan, volgens de Minister, ook niet stoppen. De banken willen geen geld lenen onder andere omdat ze bang zijn voor adders onder het gras; ongelukken, erfenissen uit het verleden (zoals de 1765 vaten met kernafval waar de NRG maar geen grip op krijgt) De Minister heeft wel voorwaarden gesteld aan de lening; de prijs van de isotopen moet omhoog en het aantal storingen en mankementen moet in de komende jaren worden teruggedrongen. Nederland heeft de Joint Declaration on the Security of Supply of Medical Radioisotopes ondertekend waarin 11 landen afgesproken hebben over te gaan tot het principe van 'Full Cost Recovery': de productie van medische isotopen mag niet langer gesubsidieerd worden (door bijvoorbeeld de bouw van de productiefaciliteit, de reactor, te subsidiëren). Op het eerste gezicht lijkt de subsidie van Minister Kamp hiermee in tegenspraak. Het bestuur van de provincie Noord-Holland wordt langzaam maar zeker steeds kritischer over de nieuwe reactor. Op 15 december 2015 werd er een motie aangenomen waarin de Gedeputeerde Staten (het bestuur) opgedragen wordt “Provinciale Staten voorafgaand aam het besluit over het vrijgeven van een volgende tranche (van de subsidie) een ge-update businesscase voor te leggen, met een overzicht van geïnteresseerde private partijen die bereid zijn om in te stappen.” Overigens is de businesscase tot nu toe geheim.

Veel meer informatie over de alternatieve methode om medische isotopen te produceren staan in het rapport 'de toekomst van de isotopenproductie in Nederland: Pallasreactor of deeeltjesversneller?'  dat de stichting Laka in oktober 2014 heeft uitgebracht.

Geklungel in de duinen

Ook de reactor in Petten wordt geplaagd door technische mankementen, ongelukken en falend beleid. De (slechte) veiligheidscultuur is misschien wel het grootste probleem. In oktober 2014 bracht de Volkskrant een groot verhaal over misstanden, problemen en gebrekkig toezicht. Het stuk is gebaseerd op 700 documenten die de KRO (het programma Reporter) middels een zogenaamde WOB boven tafel had weten te krijgen. Zij hebben ook een website gemaakt waar je alle 700 documenten kunt lezen. 

Ironisch genoeg was alles waar nu veel ophef over ontstond eigenlijk al bekend; de regering stuurt elk jaar een overzicht van incidenten, ongelukken en ongebruikelijke gebeurtenissen in alle nucleaire installaties naar het parlement. Alleen gebeurde dat nu in de eerste week van het reces, toen alle Kamerleden op adem aan het komen waren.

Interessant is de discussie over de vraag wie er nu besloten heeft de HFR stil te leggen (in 2013); de directie zelf of de Kern Fysische Dienst ? Hoe dan ook; ook de KFD heeft wel eens laten weten zich zorgen te maken over haar eigen vermogen om effectief en kwalitatief voldoende toezicht te houden. De beheerder van de reactor, de NRG, heeft in elk geval een voorwaardelijke boete opgelegd gekregen, het bedrag is niet bekend gemaakt en weggelakt in de ge-WOB-te documenten.

Een minstens zo groot probleem voor de HFR is het zogenaamde ’historische kernafval’, in totaal een hoeveelheid die in zo’n 1765 vaten afgevoerd zal moeten gaan worden naar de COVRA in Zeeland. Ze weten alleen niet precies wat de samenstelling van het afval is en ze weten niet wie verantwoordelijk is voor welk vat.. (NRG of het moederbedrijf ECN). De kans is groot dat delen van het afval ook resten splijtstof en (dus) ook mogelijk bijvoorbeeld Plutonium bevatten. NRG is nu elk vat opnieuw aan het inventariseren en controleren op bv. de aanwezigheid van Plutonium. Dit bepaalt niet alleen de manier hoe er mee omgegaan moet worden maar heeft ook een kostenaspect; de opslag van alfastralers (zoals Pu) is veel duurder. In 2012 werd een vergunning afgegeven aan de NRG om het afval naar de COVRA te mogen (moeten) afvoeren. In die vergunning stond dat alles voor eind 2017 moest zijn afgevoerd. In een brief aan de Kamer meldde Minister Kamp al dat dit niet gaat lukken en dat NRG om uitstel gaat vragen. In een internationaal rapport over het beheer van splijtstoffen en radioactief afval (oktober 2014, pagina 86) staat de volgende opmerkelijke zin: “It is intended that all legacy waste from the Waste Storage Facility at Petten will have been removed before 2020.” Dat is fors uitstel.

Geschiedenis Petten:

In 1951 werd door het Reactor Centrum Nederland (RCN), (sinds 1976 Energie onderzoek Centrum Nederland geheten) een verdrag met Noorwegen gesloten voor onderzoek, waarbij Noorwegen een proefreactor bouwde en Nederland uranium leverde.  
In 1955 werd in Petten (Noord-Holland) het opleidings- en ontwikkelingsinstituut van het RCN geopend. Doel van het instituut was de mogelijkheden voor een ‘volwaardige’ Nederlandse kernindustrie te onderzoeken en een adviserende rol voor de politiek te spelen. Een eigen reactorontwerp mislukte en ook een brandstoffabriek kwam nooit van de grond. Sinds 1999 is het nucleaire onderzoeksdeel van ECN ondergebracht bij het NRG, dat o.a.. betrokken is bij de ontwikkeling van de Hoge-Temperatuur Reactor technologie. Zuid-Afrika en China hebben aangekondigd demonstratie modellen te bouwen. Ook landen als Frankrijk, Japan, Rusland, de VS en Zuid-Korea hebben belangstelling. 

Het kernafval uit de onderzoeksreactoren werd, samen met het radioactieve afval uit andere bronnen, opgeslagen in het ‘Waste Storage Facility’ (WSF), ook wel de ‘pluggenloods’ genoemd, op het terrein van het ECN in Petten, Noord Holland. Maar in 1984 wordt besloten wordt dat al het Nederlands radioactief afval centraal opgeslagen moet gaan worden bij de COVRA, de Centrale Organisatie Radioactief Afval, in Zeeland, vlak naast de kerncentrale Borssele. Het duurt jaren voor er actie wordt ondernomen. Vanaf dat moment gaat al het laag actieve kernafval uit ziekenhuizen, Borssele, Dodewaard en andere plekken naar de COVRA. Het duurt jaren voor er in Zeeland een faciliteit is gerealiseerd voor het hoogactieve afval. Het afval dat bij de ECN ligt (hoog- en laagactief) wordt gebombardeerd tot ‘historisch afval’ en daarmee wordt ook geaccepteerd dat het niet op stel en sprong afgevoerd hoeft te worden.

Pas in 1996 belooft de ECN dat het historisch afval zo snel mogelijk wordt verwijderd. Deze belofte komt nadat er onrust is ontstaan bij omwonenden als ontdekt wordt dat een aantal vaten in de zogenoemde pluggenloods roesten.

2003: De faciliteit voor hoogactief afval (de HABOG) in Zeeland is klaar. Het historisch afval kan daar opgeslagen worden. Al gauw wordt duidelijk dat dat nog niet zo eenvoudig is; het historisch afval is een mengsel van allerlei soorten afval door elkaar. Het moet eerst naar stralingsniveau worden gesorteerd, gescheiden en opnieuw worden verpakt. De vaten kunnen niet domweg naar de COVRA overgebracht worden. Niet alleen omdat hoogactief afval veel duurder is om op te slaan en het ECN er dus alle baat bij heeft om zo min mogelijk van dat type afval aan te bieden, maar ook omdat het uit elkaar halen van de verpakkingen, het sorteren en weer inpakken van het (deels) zwaar radioactieve spul een gevaarlijke klus is.

In 2012 grijpt de overheid eindelijk in: Het ECN/NRG stelt eindelijk een "Plan van aanpak" op om het hoogradioactieve afval uiterlijk op 31 december 2016 naar de COVRA af te voeren. In de vergunning die in september wordt afgegeven is de termijn waarop het afval moet zijn afgevoerd al met 1 jaar verlengd (tot en met 31 december 2017.)

In oktober 2013 laat de NRG (de nucleaire tak van het ECN) vol trots weten begonnen te zijn met het afvoeren van het ‘historisch afval’.  De transporten naar de COVRA in Borssele zullen tot 2017 duren. Het gaat dan – aldus de NRG - alleen om het laag-actieve afval. De uitgewerkte brandstofstaven uit de HFR worden naar Amerika vervoerd, voor al het resterende niet-laagradioactieve materiaal heeft NRG een nieuwe installatie laten bouwen, de VINISH. Die zal - als het afval eenmaal opnieuw gesorteerd is - de vaten klaarmaken voor transport naar een gespecialiseerde firma in het buitenland die het samenperst en daarna in cement giet. Vanaf daar moet het dan naar de COVRA. Maar helaas heeft de installatie het tot nu toe behoorlijk laten afweten. De toezichthouder, de ANVS zegt het zo: “De installatie functioneert nog niet naar wens omdat de meetresultaten niet de gewenste nauwkeurigheid hebben”. De COVRA is niet bereid het afval over te nemen zolang de scheiding in verschillende categorieën niet heel precies is gemaakt. De NRG kan nog niet aan de eisen van de COVRA voldoen.

In oktober 2014 wordt duidelijk dat de termijn niet gehaald gaat worden; dit komt naar buiten door een presentatie van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken op een internationale conferentie over kernafval; “It is intended that all legacy waste from the Waste Storage Facility at Petten will have been removed before 2020.

Het wordt steeds duidelijker dat zowel de fysieke toestand als de administratie van het ‘historisch afval’ een puinhoop is. Het op orde brengen ervan kost steeds meer geld. Dat heeft de NRG niet en dus wordt er weer om uitstel gevraagd. En die wordt weer verleent.

In oktober 2015 blijkt, uit antwoorden van de Minister van Infrastuctuur en Milieu (I&M), dat NRG “in de plannen een verwachte einddatum voor het afvoeren van het historisch afval van 31 december 2022” aanhoudt. Weer twee jaar er bij.

2015 De Minister van I&M keurt de plannen van NRG goed. Het afval moet voor het jaar 2023 zijn afgevoerd naar de COVRA.

In mei 2016 wordt duidelijk dat we afstevenen op nog meer uitstel; De Minister van I&M zegt tijdens een Kamerdebat waarin gestemd wordt over moties die onder andere eisen dat het afvoeren van het historische kernafval snel gebeurt dat "er weliswaar nog steeds gestreefd wordt naar 2022 maar dat het ook later kan worden"… ”Ik vind het belangrijker dat het proces goed gaat dan dat we op een datum gaan zitten duwen.

Op 4 juli worden nadere Kamervragen beantwoord. Een paar willen we u niet onthouden: 

Vraag: Hoeveel is er inmiddels geïnvesteerd in de overbrenging van het afval van de NRG naar de COVRA ?

Antwoord: Het Rijk heeft in het verleden bijgedragen aan de voorziening voor de dekking van de kosten voor het afvoer van het radioactief afval in de vorm van leningen en subsidies ter hoogte van € 74,8 miljoen. 

Vraag: Hoeveel vaten zijn er inmiddels verhuisd ?

Antwoord: Vaten worden niet één op één naar de COVRA overgebracht. De inhoud van de vaten wordt op activiteit gesorteerd, herverpakt en gekarakteriseerd. In Petten lagen in 2013 1647 vaten waarvan er thans 210 zijn gesorteerd. De sortering van de genoemde 210 vaten heeft geresulteerd in 36 herverpakte vaten met laag radioactief afval die van Petten naar COVRA zijn afgevoerd. De afvoer van het overige herverpakte afval is verder aangehouden in afwachting van oplossing van de problemen met de VINISH-installatie.

Vraag: Hoeveel geld er nog nodig is voor het afronden van deze operatie ?

Antwoord: Overeenkomstig de raming van ECN/NRG van vorig jaar zal er voor de sortering, herverpakking, eventuele bewerking en afvoer van alle vaten uit de WSF in totaal circa 82,9 mln euro nodig zijn.

Vraag: Hoeveel vaten er nog moeten worden verhuisd?

Antwoord: Zoals blijkt uit het antwoord op vraag 2 zitten er thans nog 1437 ongesorteerde vaten in de pluggenloods en een aantal vaten waarin gesorteerd afval zit. Het proces van sortering en herverpaking gaat thans verder. Een deel van deze herverpakte vaten zal, nadat de VINISH-installatie is aangepast, rechtstreeks naar COVRA worden afgevoerd, de rest van de vaten zal eerst naar België gaan voor nadere bewerking.

Vraag: Hoe de huidige raming zich verhoudt tot de oorspronkelijke begroting?

Antwoord: De overbrenging van het historische afval naar de COVRA maakt deel uit van het Radioactive Waste Management Program (RWMP). Het RWMP omvat naast de vaten in de pluggenloods ook nog overig afval dat dient te worden afgevoerd. Het gaat bijvoorbeeld om afval dat ontstaat bij de ontmanteling van de Lage Flux Reactor. De raming van NRG uit 2015 van de resterende kosten voor het RWMP bedroeg 109 miljoen euro. Eerder was al 17 miljoen aan dit programma uitgegeven. De totale kosten van het RWMP zijn 40 % hoger dan een eerdere raming uit 2012.