You are here

World Nuclear Industry Status Report 2015

Het onderstaande bevat de Samenvatting en Conclusies van het World Nuclear Industry Status Report 2015, van Mycle Schneider, Antony Froggatt e.a. Vertaald door Guido Bonzet, Rose-Marie Hoebens en Frans Super.

Het volledige rapport is online beschikbaar op http://www.worldnuclearreport.org/IMG/pdf/20150715wnisr2015-v1-lr.pdf.

Samenvatting en Conclusies

In vogelvlucht

  • Japan zit een kalenderjaar lang zonder kernenergie, voor het eerst sinds 50 jaar geleden de eerste commerciële kernenergiecentrale in het land werd opgestart.
  • De bouw van kerncentrales raakt in een vrije val van vijftien in 2010 naar drie in 2014.
  • 62 reactoren in aanbouw – vijf minder dan vorig jaar – waarvan ten minste driekwart vertraging heeft. In 10 van de 14 bouwende landen zijn alle projecten vaak jaren vertraagd. Vijf eenheden staan al meer dan 30 jaar te boek als “in aanbouw”.
  • Het aandeel van kernenergie in de wereldwijde elektriciteitsmix is al voor het derde jaar op rij stabiel op minder dan 11%.
  • AREVA, technisch bankroet en door Standard & Poor’s afgewaardeerd tot “junk”, heeft zijn aandelenkoers zien zakken naar een nieuw historisch dieptepunt op 9 juli 2015 – een waardeverlies van 90 % sinds 2007.
  • China, Duitsland, Japan – drie van ’s werelds vier grootste economieën – en Brazilië, India, Mexico, Nederland en Spanje, genereren alle nu al meer elektriciteit van niet-waterkracht hernieuwbare bronnen dan van kernenergie. Deze acht landen vertegenwoordigen meer dan drie miljard mensen ofwel 45 procent van de wereldbevolking.
  • In het Verenigd Koninkrijk heeft de elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare bronnen, inclusief waterkracht, de opwekking vanuit kernenergie ingehaald.
  • Vergeleken met 1997, toen het Kyoto Protocol over klimaatverandering werd getekend, werd er in 2014 694 TWh per jaar extra aan windenergie en 185 TWh aan zonne-energie geproduceerd – elk méér dan de 147 TWh aan extra kernenergie.

Het Wereld Nucleaire Industrie Statusrapport 2015 geeft een uitgebreid overzicht van gegevens over kerncentrales met informatie over hun werking, productie en constructie. Het WNISR houdt de status bij van nieuwbouwprojecten zowel in hedendaagse kernenergielanden als in mogelijke nieuwkomers. Deze editie geeft een analyse van de ontwikkeling van nieuwbouwprojecten in de tijd. Er zijn ook twee nieuwe hoofdstukken. Het eerste beschrijft de ernstige vertragingen in Generatie III+-reactorprojecten (inclusief de EPR, AP1000, AES-2006) en analyseert de redenen hiervan. Het tweede hoofdstuk kijkt naar de geschiedenis en ontwikkelingsstatus van zogenaamde geavanceerde reactoren. Het Fukushima Statusrapport geeft een bijgewerkt overzicht van de stand van zaken van problemen op en buiten de centrale vier jaar ná het begin van de catastrofe.

Het hoofdstuk Kernenergie vs. Hernieuwbare Energie geeft wereldwijde vergelijkingsinformatie over investeringen, capaciteit en productie, in het bijzonder over kernenergie, wind- en zonne-energie.

Ten slotte presenteert Bijlage 1 een overzicht per land van alle 31 kernenergielanden, met uitgebreide Focus secties over China, Frankrijk, Japan en de Verenigde Staten.

Reactorstatus en Nucleaire Programma’s

Startups en shutdowns. Net als in 2013 werden in 2014 vijf nieuwe reactoren opgestart (drie in China, één in Argentinië, één in Rusland) en werd er één stilgelegd (Vermont Yankee in de VS). In het eerste halfjaar 2015 werden vier reactoren opgestart in China en één in Zuid-Korea, terwijl er twee werden gesloten (Doel-1 in België[1] en Grafenrheinfeld in Duitsland).

Exploitatie- en Constructiegegevens[2]

Reactorexploitatie. Er zijn 30 landen in de wereld die kernenergiecentrales exploiteren, één minder dan een jaar geleden.[3] 391 reactoren in totaal (drie meer dan een jaar geleden) hebben een gezamenlijk operationeel vermogen van 337 GW[4] (5 GW meer dan een jaar geleden). Geen enkele reactor was werkzaam in Japan in 2014 en het WNISR classificeert 40 Japanse reactoren[5] in de modus Long-Term Outage (LTO)[6]. Naast de Japanse reactoren voldoet ook een Zweedse reactor (Oskarhamn-2) aan de LTO-criteria en zijn meerderheids­aandeelhouder heeft om vervroegde sluiting gevraagd. Twee reactoren waren in WNISR2014 in LTO die nu niet meer binnen die categorie vallen: een Zuid-Koreaanse reactor, Wolsong-1, is opnieuw in bedrijf genomen in juni 2015, en een Indiase reactor, Rajasthan-1, zal ontmanteld worden. Tien reactoren van Fukushima Dai-ichi en Dai-ni[7] worden als permanent gesloten beschouwd en worden daarom niet meegeteld in het aantal werkzame nucleaire energiecentrales. Begin juli 2015 lijkt het erop dat er hooguit twee reactoren in Japan (Sendai-1 en -2 in de Prefectuur Kyushu) weer zullen worden opgestart in 2015.

De kernindustrie blijft krimpen: de 391 operationele reactoren – de LTO’s uitgesloten – zijn er 47 minder dan de piek van 438 in 2002, terwijl de totale productiecapaciteit in 2010 piekte op 367 GW, voordat het met 8 procent inzakte tot 337 GW, vergelijkbaar met het niveau van 20 jaar geleden. De jaarlijkse nucleaire elektriciteitsproductie bereikte 2.410 TWh in 2014 – een toename van 2,2 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, maar 9,4 procent lager dan de historische piek van 2006.

Aandeel in de Energiemix. Het aandeel kernenergie in de wereldwijde energieproductie bleef stabiel[8] in de afgelopen drie jaar, met 10,8 procent in 2014 na een gestage daling vanaf het historische hoogtepunt van 17,6 procent in 1996. Het kernenergiedeel in de wereldwijde commerciële primaire energieproductie bleef ook stabiel op 4,4 procent, het laagste sinds 1984[9].

Evenals in voorgaande jaren, leveren de “big five” kernenergielanden – in volgorde van grootte de Verenigde Staten, Frankrijk, Rusland, Zuid-Korea en China – meer dan tweederde (69 procent in 2014) van alle nucleaire elektriciteit in 2014. De VS en Frankrijk tellen voor de helft van de wereldwijde nucleaire elektriciteit en Frankrijk produceert de helft van de kernenergie van de Europese Unie.

Reactorleeftijd. Met het uitblijven van nieuwbouwplannen, uitgezonderd China, neemt de gemiddelde leeftijd per eenheid van het wereldwijde reactorbestand toe en medio 2015 was dat 28,8 jaar. Meer dan de helft van het totaal (199 eenheden) is al meer dan 30 jaar in bedrijf, waarbij er 54 reactoren zijn die al meer dan 40 jaar werkzaam zijn. Eén derde (33 eenheden) van de reactoren in de VS is ouder dan 40 jaar.

Levensduurverlenging. De verlenging van de bedrijfsduur bovenop de levensduur van het oorspronkelijke ontwerp wordt van land tot land anders geaccordeerd. Terwijl in de VS ongeveer driekwart van de reactoren al een verlengingslicentie tot een levensduur van 60 jaar heeft, worden in Frankrijk alleen 10-jarige verlengingen toegestaan en maken de veiligheidsautoriteiten duidelijk, dat er geen garantie kan worden gegeven dat alle reactoren het 40-jarige grondige onderzoek met goed gevolg zullen doorstaan. Verder lijken de voorstellen voor verlenging op gespannen voet te staan met het doel van de Franse overheid om in 2025 het nucleaire aandeel van driekwart naar de helft te hebben teruggebracht. In België werden verlengingen van 10 jaar voor twee (en nu drie) reactoren door het Parlement goedgekeurd, maar nog niet goedgekeurd door de veiligheidsautoriteit; deze verlengingen zouden het doel van wettelijke nucleaire uitfasering per 2025 niet in gevaar brengen.

Levensduur vooruitzichten. Als alle huidige werkende reactoren bij het bereiken van de 40-jarige leeftijd zouden worden stilgelegd, dan zou het aantal reactoren in 2020 gedaald zijn tot 19 minder dan het aantal van eind 2014, terwijl de capaciteit nog toeneemt met 1,5 GW. In het volgende decennium tot 2030, zouden 188 eenheden (178 GW) moeten worden vervangen – vijfmaal het aantal startups van het afgelopen decennium. Als alle goedgekeurde levensduurverlengingen werkelijk zouden worden uitgevoerd en gehaald, zou het aantal werkzame reactoren alsnog met slechts vier eenheden toenemen en 21 GW in 2020 toevoegen, waardoor er tot 2030 154 GW (169 nieuwe reactoren) opgestart zou moeten worden om de sluitingen op te vangen.

Bouw. Net als in voorgaande jaren zijn nu 14 landen kerncentrales aan het bouwen. Per juli 2015 zijn 62 reactoren in aanbouw – vijf minder dan in 2014 – met een totale capaciteit van 59 GW – 5 GW minder dan een jaar ervoor. Bijna 40 procent projecten (24) vindt plaats in China.

  • De huidige doorlooptijd sinds de start van de bouw van de 62 projecten is 7,6 jaar.
  • Alle reactoren in aanbouw in 10 van de 14 landen ervaren vertragingen, gewoonlijk van jaren. Minstens driekwart (47) van alle eenheden in aanbouw wereldwijd zijn vertraagd. De 15 overige eenheden in aanbouw, waarvan negen in China, zijn in de afgelopen drie jaar gestart of hebben de geplande opstartdatum nog niet bereikt, waardoor het lastig vast te stellen is of deze op schema liggen.
  • Vijf reactoren staan al meer dan 30 jaar te boek als “in aanbouw”. Het Watts Bar-2 project in Tennessee in de VS is recordhouder, omdat de bouw in december 1972 al begon. Aan twee Russische eenheden (BN-800, Rostov-4) en Mochovce-3 en -4 in Slowakije wordt ook al meer dan 30 jaar gewerkt. Khmelnitski-3 en -4 in Oekraïne naderen de 30 jaar met hun respectievelijke bouwtijden van 29 en 28 jaar. Verder zal dit project naar verwachting nog meer vertraging oplopen omdat is aangekondigd dat de bouwovereenkomst met Rusland wordt opgezegd.
  • Twee eenheden in India, Kudankulam-2 en het Prototype Fast Breeder Reactor (PFBR) staan 13 resp. 11 jaar te boek als “in aanbouw”. De bouwplaats Olkiluoto-3 in Finland bereikt in 2015 zijn tiende verjaardag en zijn eigenaar is gestopt met het aankondigen van geplande startup-datums.
  • De gemiddelde bouwtijd van de recentste 40 eenheden (in negen landen) die sinds 2005 zijn opgestart in Azië of Oost-Europa bedroeg, op één na (in Argentinië) 9,4 jaar met een grote spreiding tussen 4 en 36 jaar.

Bouw van nieuwe kernreactoren en problemen hiermee

Bouwstart. In 2014 werd met de bouw van drie reactoren gestart, in Argentinië, Wit-Rusland en de Verenigde Arabische Emiraten (UAE). Dit moet worden afgezet tegen 15 bouwstarts (waarvan alleen al 10 in China) in 2010 en 10 in 2013. China startte geen enkel bouwproject in 2014, maar wel al twee in het eerste halfjaar van 2015 – tot nog toe wereldwijd de enige twee in 2015. Een historische analyse toont aan dat de bouwstarts in 1976 piekten op 44. Tussen 1 januari 2011 en 1 juli 2015 werd het eerste beton gestort voor 26 centrales wereldwijd, minder dan in een enkel jaar in de jaren 70.

Afgelasten van bouwprojecten. Tussen 1977 en 2015 zijn in totaal 92 (één op de acht) van alle bouwprojecten afgebroken of opgeschort in 18 landen, in verschillende voortgangsstadia.

Programmavertragingen bij nieuwkomers. Slechts twee landen als nieuwkomers in kernenergie, Wit-Rusland en UAE, zijn werkelijk bezig met de bouw van reactoren. Verdere vertragingen traden door het jaar heen op in de ontwikkeling van kernprogramma’s bij de meeste van de min of meer ontwikkelde nieuwkomers, waaronder Bangladesh, Egypte, Jordanië, Polen, Saoedi-Arabië, Turkije en Vietnam.

Vertragingen bij derde generatie reactoren

Negenentwintig jaar na de kernramp van Tsjernobyl is nog geen van de ‘next-generation’ of zogenaamde generatie III+ reactoren in gebruik, en liggen bouwprojecten van deze reactoren in Finland en Frankrijk vele jaren achter op schema. Van de 18 reactoren van het generatie III+ ontwerp (acht Westinghouse AP1000, zes Rosatom AES-2006, vier AREVA EPR) hebben er 16 een vertraging van tussen de twee en negen jaar opgelopen. Een aantal oorzaken van deze vertraging zijn inmiddels vastgesteld: problemen met ontwerp, een tekort aan gekwalificeerde arbeidskrachten, problemen met kwaliteitscontrole, problemen in de toeleveringsketen of slechte planning door nutsbedrijven en/of andere leveranciers, en financieringstekorten. Er vond geen standaardisatie plaats, en de introductie van het modulair ontwerp lijkt de kwaliteitsproblemen simpelweg te hebben verschoven van de bouwplaatsen naar de module-fabrieken. Ernstige gebreken in verschillende drukvaten van Franse makelij kunnen de hele EPR onderneming nog verpesten.

Ontwikkelingsstatus van geavanceerde kernreactoren

Het idee van de kleine modulaire reactor, of Small Modular Reactor (SMR), bestaat al decennia, en er zijn hiervan al meer dan tien basisontwerpen geopperd. In de VS, waar de overheid al sinds de jaren 90 de ontwikkeling van de SMR financiert, heeft de Nuclear Regulatory Commission (NRC) nog steeds geen vergunningaanvraag ontvangen voor welk SMR ontwerp dan ook. In Rusland werd er in 2002 een vergunning afgegeven voor een floating-point unit ontwerp, wat een soort bassinreactor is. Er werd in 2007 met de bouw van twee reactoren begonnen, maar deze is sindsdien meerdere malen vertraagd, voornamelijk vanwege financiële redenen. In Zuid-Korea is er al 20 jaar een SMR ontwerp in ontwikkeling; de zogenaamde System-Integrated Modular Advanced Reactor (SMART). Het ontwerp werd in 2012 door de regelgevers goedgekeurd, maar er is tot op heden nog geen enkele reactor verkocht. In China is één SMR in aanbouw, een zogenaamde high-temperature gas-cooled reactor (HTGR). In Zuid-Afrika is de bouw van de Pebble Bed Modular Reactor (PBMR) - welke lange tijd als het meest ontwikkelde SMR project werd gezien – stopgezet in 2010 nadat er geen interesse bleek te zijn van particuliere investeerders of klanten. Tegen die tijd was er inmiddels 1 miljard dollar aan overheidsuitgaven aan besteed. Het ontwerp werd uiteindelijk nooit afgemaakt. India is al sinds de jaren 90 bezig met een advanced heavy-water reactor (AHWR), maar hiervan is tot op heden geen reactor in aanbouw. In februari van 2014 begon Argentinië met het bouwen van een kleine reactor, gebaseerd op de drukwaterreactor. Dit ontwerp heet CAREM, een binnenlands ontwerp dat al sinds de jaren 80 in ontwikkeling is, en naar verluidt zo’n 17.000 dollar per kWe aan geïnstalleerd vermogen kost, een record voor reactoren die momenteel wereldwijd in aanbouw zijn. Ondanks omvangrijke staatssteun ligt de Amerikaanse ontwikkeling van SMR’s veel minder goed in de markt dan dat het publiciteit krijgt, omdat SMR’s in het begin veel duurder zijn dan niet-concurrentiekrachtige, kostbare grote reactoren. De veronderstelde commercialisatie­fase van SMR’s die zou afhangen van de mogelijkheid om met de tijd de kosten te verminderen, is nog nooit bewezen in het geval van kernenergie, en bovendien moeten ze zien op te boksen tegen een enorme concurrentie van efficiënte energie en hernieuwbare energiebronnen die beide al decennia voorliggen op het gebied van het realiseren van schaalvoordelen door middel van massaproductie.

Economie en financiën

Het AREVA debacle. Het Franse AREVA, een door de staat gecontroleerd, geïntegreerd nucleair bedrijf, is technisch failliet na een gecumuleerd verlies van 8 miljard euro over een periode van vier jaar, en een lopende schuld van 5,8 miljard op een jaarlijkse omzet van 8,3 miljard. Op 9 juli 2015 kelderde de waarde van een AREVA aandeel naar een historisch dieptepunt van 90 % onder de piek van 2007. Het bedrijf zal nu worden geliquideerd, waarbij het Franse, door de staat gecontroleerde nutsbedrijf EDF waarschijnlijk een meerderheidsaandeel zal nemen in de dochteronderneming AREVA NP - die verantwoordelijk is voor de bouw en het onderhoud van reactoren - en er vervolgens gekeken zal worden naar buitenlandse investeerders. Deze stap zou hoogst problematisch kunnen blijken voor EDF, aangezien het risicoprofiel hierdoor groter wordt.

Hinkley Point C en staatssteun. In december 2014 werd het Britse model van het Contract for Difference (CFD), een overeenkomst voor een soort feed-in tarief voor kernenergie dat zou zorgen voor een royale lange-termijnsubsidie voor nieuwbouw, goedgekeurd door de Europese Commissie na een formeel onderzoek naar het Hinkley Point C project. De Oostenrijkse regering heeft echter een klacht ingediend bij het Europese Hof van Justitie tegen de beslissing, waarvan de Luxemburgse regering heeft aangegeven deze klacht te zullen ondersteunen. Daarnaast hebben tien energiebedrijven eveneens aangegeven een klacht te zullen indienen. Het Britse Ministerie van Financiën heeft reeds haar serieuze bezorgdheid uitgesproken hierover, en de benodigde investeerders zijn nog niet gevonden.

Stijging van operationele kosten. In sommige landen (waaronder België, Frankrijk, Duitsland, Zweden en de VS) zijn de aan de historisch lage inflatie aangepaste operationele kosten zo snel gestegen dat de operationele kosten van de gemiddelde reactor nauwelijks onder, of zelfs boven de gangbare energieprijzen liggen. Dit heeft geleid tot verschillende reacties van exploitanten van nucleaire installaties. De grootste exploitant van nucleaire installaties ter wereld; het Franse, door de staat gecontroleerde nutsbedrijf EDF, heeft een verzoek gedaan tot aanzienlijke tariefverhogingen om haar operationele kosten te kunnen voldoen. In Duitsland heeft de exploitant E.ON een van haar reactoren een half jaar eerder gesloten dan wettelijk vereist was. In Zweden zullen minimaal vier van de tien reactoren eerder worden gesloten dan gepland omdat de opbrengsten uit de verkoop van energie tegenvallen en omdat er meer geïnvesteerd moet worden dan gepland. In de VS proberen nutsbedrijven te onderhandelen met overheidsinstanties over steunregelingen voor reactoren waarvan zij menen dat deze niet langer concurrerend zijn in de huidige markt. In België is het onzeker of Electrabel (GDF-Suez) in staat zal zijn om twee reactoren met ernstige gebreken aan hun drukvaten nog op te starten.

Verslag van de situatie in Fukushima

Vier jaar sinds het begin van de ramp met de Fukushima centrale, die veroorzaakt werd door de grote aardbeving in het oosten van Japan op 11 maart 2011, (die in dit verslag ook wel 3/11 genoemd wordt) en alle gevolgen daarvan. Dit toetsingsrapport bevat ook de off-site and on-site analyses van de problemen die sindsdien zijn opgetreden en nu nog aanzienlijk zijn.

Problemen ter plekke. Op dit moment blijven de stralingsniveaus binnen de reactorgebouwen erg hoog (meerdere Sievert per uur) en die maken het onmogelijk voor mensen om in de buurt te komen. Bovendien zijn er problemen met verschillende typen robots die vast zijn komen te zitten in de gebouwen en die moeten worden achtergelaten.

Het weghalen van gesmolten brandstofresten is voor de units 1 en 2 gepland in de eerste helft van het financiële jaar 2020 en voor unit 3 in de tweede helft van 2021. Men verwacht dat het ongeveer 30 tot 40 jaar zal duren voor de centrale helemaal ontmanteld zal zijn en er zal december 2021 begonnen worden met de werkzaamheden. Het is echter onzeker of deze termijnen gehaald kunnen worden.

Er worden continu grote hoeveelheden water (ongeveer 300 kubieke meter per dag) in de gebouwen gepompt om het afval te koelen. Het elektriciteitsbedrijf van Tokyo (TEPCO) heeft systemen geïnstalleerd om het water te ontsmetten en pompt bij voorkeur deels ontsmet water weer naar binnen in plaats van vers water. Maar de systemen zijn maar weinig in werking geweest vanwege technische problemen en menselijk falen.

Doordat er grondwater in de kelders van de gebouwen binnendringt, die al gevuld zijn met zwaar besmet water neemt de netto hoeveelheid water die opgeslagen moet worden toe met 300 tot 400 ton per dag, wat neerkomt op een extra opslagtank van 1000 kubieke meter water per twee en een halve dag. De opslagcapaciteit ter plekke is nu 800.000 kubieke meter, het equivalent van 320 olympische zwembaden. Een omleidingssysteem voor grondwater en een Muur van Bevroren Grond zijn in ontwikkeling maar de eerste proeven met de ijsmuur zijn teleurstellend.

  • Unit 1. In mei 2015 werd een begin gemaakt met de verwijdering van de dakbedekking van het gebouw- welke aangebracht was om de verspreiding van radioactieve bestanddelen in de omgeving tegen te g aan, zodat het puin weggehaald kan worden voordat er begonnen wordt met het weghalen van de verbruikte brandstof uit de opslagplaats.
  • Unit 2. De ontmanteling bevindt zich nog steeds in de voorbereidende fase vanwege hoge stralingsniveaus.
  • Unit 3. Het puin is uit de opslagplaats voor gebruikte brandstof geruimd en het verwijderen van de verbruikte brandstof wordt voorbereid.
  • Unit 4. De eerste significante mijlpaal van het afvoeren van de verbruikte brandstof uit de koelingsopslag werd bereikt in december 2014. De hoeveelheid verbruikte brandstof, die gelijk was aan die van de andere drie units samen, vormde een aanzienlijk potentieel gevaar in het geval dat de verbruikte brandstof vlam zou vatten.

Problemen elders. Volgens getallen van de regering, was het aantal geëvacueerden uit de Fukushima provincie in januari 2015 ongeveer 120.000 (tegenover de piek van 164.000 in juni 2013). Ongeveer 3.200 mensen zijn gestorven aan oorzaken die verband hielden met de evacuatie, zoals een sterk verminderde lichamelijke conditie of zelfmoord (dit wordt allemaal geclassificeerd als “doden die gerelateerd zijn aan de aardbeving”). Onder hen komen minstens 1.800 personen (meer dan de helft) uit de Fukushima provincie. Velen van hen hebben het idee om terug te keren naar hun huizen als de problemen voorbij zijn, opgegeven.

Ontsmettingsafval. De hoeveelheid afval die geproduceerd is bij ontsmettingsactiviteiten zowel binnen als buiten het gebied van de evacuatiezone, stond aan het eind van 2014 al op meer dan 157.000 ton, volgens schattingen van de regering.

Kosten van de ramp. De Japanse regering heeft nog geen totale kostenraming gemaakt van de ramp. Maar gegevens over de kosten voor individuele personen komen in totaal al op 100 miljard dollar, waarvan ongeveer 60 procent geldt als compensatie, nog zonder de indirecte gevolgen zoals de impact op de voedselindustrie, de export en het toerisme hierin mee te nemen.

De inzet van kernenergie tegenover duurzame energie

De elektriciteitssector zit in een periode van grote veranderingen. De nieuwe technologie en beleidsontwikkelingen geven de voorkeur aan gedecentraliseerde systemen en duurzame energie. Aangezien deze meestal niet het bezit zijn van bestaande elektriciteitsmaatschappijen, zijn deze ontwikkelingen op zijn zachtst gezegd ongunstig, en in potentie een bedreiging voor de gehele kernenergiesector en voor de kerncentrales.

Investering. Na twee jaren van afname is de investering in duurzame energie wereldwijd toegenomen in 2014 tot 270 miljard dollar, een toename van 17 procent, wat in de buurt komt van het recordbedrag van 278 miljard dollar in 2011, en 4 keer zoveel als het bedrag van 2004. Alleen China al spendeerde in 2014 83 miljard (31 procent van het totale wereldbedrag) - gelijk verdeeld over zonne- en windenergie - waarmee het hieraan negen keer zoveel uitgaf dan aan kernenergie (9.1 miljard dollar). De wereldwijde besluiten om te investeren in nieuwe kerncentrales bleven ook ver achter bij die om te investeren in duurzame energie.

Geïnstalleerde capaciteit. Bijna de helft (49 procent) van de toegevoegde elektriciteitscapaciteit kwam uit duurzame energie (los van de grote waterkrachtcentrales) waaronder onder meer 49 GW voor nieuwe windenergie (tegenover 34 GW extra energie in 2013) en 46 GW zonne-energie (tegenover 40 GW extra energie in 2013). China heeft zijn gebruik van windenergie vermeerderd met 23 GW – 16 GW meer dan in 2013 extra geproduceerd was – waardoor ze een aandeel van 45 procent hebben in de totale wereldwijde toename in 2014 en met het totaal van 115 GW dat ze al hadden, waardoor ze nu al hun doel van 100 GW in 2015 hebben overtroffen. China voegde ook 3 GW kernenergie toe, hetgeen 65 procent van de wereldwijde toename betekent.

Sinds 2000 heeft windenergie 355 GW meer bijgedragen en zonne-energie 179 GW- respectievelijk 18 en 9 keer zoveel als kernenergie met 20 GW. Als je daarbij bedenkt dat er 41 reactoren met een vermogen van 37 GW in LTO zijn, dan ging de werkbare capaciteit van kernenergie met 17 GW achteruit.

Opwekking van elektriciteit. Gemiddeld produceert een kilowatt die gegenereerd is met kernenergie bijna tweemaal de jaarlijkse elektriciteit van een kilowatt die uit duurzame bronnen wordt opgewekt (verschillende bronnen, grote hydro-elektrische stuwdammen niet meegerekend). Desalniettemin genereren, als we kijken naar de daadwerkelijke productie, Brazilië, China, Duitsland, India, Japan, Mexico, Nederland en Spanje – een lijst waarop ook de vier grootste economieën van de wereld voorkomen, nu allemaal meer energie uit duurzame energie - zonder de door water opgewekte elektriciteit mee te rekenen - dan uit kernenergie. Deze acht landen vertegenwoordigen meer dan drie miljard mensen oftewel 45% van de wereldbevolking.

In China genereerde in 2014 alleen al windenergie, evenals in de twee jaar daarvoor, meer elektriciteit (158 TWh) dan kernenergie (124 TWh). In Groot Brittannië was de hoeveel gegenereerde duurzame energie in 2014 voor het eerst sinds tientallen jaren groter dan de hoeveelheid energie gegenereerd door kerncentrales. In de Verenigde Staten is de gemiddelde groei van opwekking van duurzame energie sinds 2001 5% per jaar. Van alle elektriciteit in de Verenigde Staten werd in 2014, 13 procent gegenereerd door duurzame installaties,[10] procent meer dan de 8.5 % in 2007.

In 2014 was de jaarlijkse groei uit zonne-energie wereldwijd groter dan 38 procent, die van windenergie was 10 procent en die van kernenergie 2,2 procent. Vergeleken met 1997, toen het Kyoto Protocol over klimaatverandering werd getekend, werd er in 2014 694 TWh meer windenergie gegenereerd en 185 TWh meer zonne-energie, die ieder meer waren dan de extra 147 KWh uit kernenergie. De getallen van de Europese Unie illustreren de snelle afname van de rol van kernenergie: tussen 1997 en 2014 produceerde windenergie 242 TWh meer en zonne-energie 98 TWh meer, terwijl kernenergie afnam met 47 TWh. Concluderend: deze gegevens bevestigen bepaald niet de claim dat de productie van kernenergie sneller kan groeien of zelfs ook maar even snel kan groeien als de moderne vormen van duurzame energie, waarvan de kleine units en de lagere capaciteit ruim gecompenseerd worden door hun korte levertijden, hun eenvoudige fabricage- en installatie­methodes en snel toenemende massaproductie.

 

[1] Op 18 juni 2015 heeft het Belgische Parlement een wetsvoorstel goedgekeurd voor de levensduurverlenging van Doel-1 en -2 met 10 jaar. Dat besluit is echter nog onderwerp van goedkeuring door de nationale nucleaire veiligheidsautoriteit. Zie ook de sectie over België in Bijlage 1.

[2] Zie Bijlage 1 voor een overzicht per land van zowel reactoren in bedrijf en in aanbouw als van het aandeel nucleaire elektriciteit en primaire energie.

[3] Tenzij anders vermeld, gelden deze cijfers met ingang van 1 juli 2015.

[4] Alle cijfers gelden voor nominale netto capaciteit van elektriciteitsopwekking. GW betekent gigawatt ofwel 1000 megawatt.

[5] Inclusief de Monju-reactor, gesloten sinds 1995, opgenomen als “Long Term Shutdown” in de database van het Power Reactor Information System (PRIS) van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA).

[6] WNISR beschouwt een eenheid in Long-Term Outage (LTO) als het in het voorafgaande kalenderjaar en de eerste helft van het lopende kalenderjaar géén energie heeft geproduceerd. Deze classificatie wordt met terugwerkende kracht toegepast, startend op de dag dat een eenheid van het net is afgekoppeld. WNISR telt de startup van een reactor vanaf de dag dat het op het elektriciteitsnet is aangesloten en zijn stillegging vanaf de dag dat hij van het net is afgesloten.

[7] Ook bekend als resp. Fukushima-1 en Fukushima-2.

[8] Minder dan 0,2 procentpunt verschil tussen de drie jaren, een verschil dat zeker binnen statistische onzekerheidsmarges valt.

[9] Volgens BP, “Statistical Review of World Energy” (Statistisch rapport betreffende de wereldenergie), juni 2015.

[10] U.S. EIA, “Renewables share of U.S. energy consumption highest since 1930s” (Aandeel hernieuwbare energie in VS energiegebruik het hoogst sinds de jaren 30), 28 mei 2015, zie http://www.eia.gov/todayinenergy/detail.cfm?id=21412&src=email, opgezocht 14 juni 2015.