You are here

Hoe vaak gaat het fout in Borssele ?

Een kerncentrale is een complexe installatie. Omdat de gevolgen van een ernstig ongeluk zo groot zijn moet de kans er op eigenlijk nul zijn. Dat kan natuurlijk niet - een ongeluk is nooit uit te sluiten. Wetgeving gebiedt de exploitant van een kerncentrale om meerdere extra veiligheidssystemen in te bouwen (back-ups). De noodstroomvoorziening is er daar 1 van; als de normale toevoer van elektriciteit uitvalt moet de centrale door kunnen draaien en eventueel gecontroleerd tot stilstand worden gebracht. Ook Borssele heeft meerdere noodstroomsystemen. Uit het overzicht van incidenten en ongelukken in de Zeeuwse centrale blijkt dat het een zwakke schakel is in de keten van systemen.

In de kerncentrale Borssele zijn er steeds opnieuw problemen met de noodstroomvoorziening. De frequentie lijkt ook toe te nemen; vooral de laatste jaren zijn er vrijwel elk jaar problemen met noodstroomvoorzieningen en dieselaggregaten. Uit onderstaand overzicht blijkt dat zulke problemen zich voordeden in 1978, 1979, 1981, 1984, 1986, 1987, 1989, 2006, 2010, 2011, 2013, 2014 en 2015. Noodstroomvoorzieningen zijn belangrijk voor de veiligheid van een kerncentrale. In geval van nood – uitval van de reguliere stroomvoorziening - moeten deze er voor zorgen dat alle veiligheidssystemen kunnen blijven werken. In 2011 vielen deze voorzieningen uit in Fukushima; de ramp voltrok zich. In maart 2011 schrijft de Volkskrant 'Borssele meermaals ontsnapt aan ramp'

Het gaat vaak mis in Borssele maar het heeft gelukkig nog nooit tot een ramp geleid. Toenmalig Minister Verhagen (Economische Zaken) stelde in 2011 nog dat Borssele in het geval van storingen in het regulier systeem “geen bijzonder gevaar” liep. [1] Om dat te illustreren somt hij op wat er in de jaren daarvoor allemaal gedaan is om het risico op het uit de hand lopen van een storing te verkleinen:

  • “In 1986 is de noodstroomvoorziening aangepast.”
  • ”In 1991 is een extra voorziening aangelegd die er voor zorgt dat de kerncentrale na afschakeling gedurende 45 minuten zonder externe voeding of noodstroom nog vervalwarmte kan afvoeren”.
  • “In 1994 is de omschakeling voor de eigen elektriciteitsvoorziening na afschakeling van de reactor … verbeterd”.
  • “In 1997 zijn de dieselgeneratoren van het eerste noodstroomnet vervangen”, ze hebben “een grotere capaciteit, met eigen onafhankelijke koelsystemen en met een verbeterde aansturing”.
  • ”In de noodprocedures wordt sinds 2006 ook rekening gehouden met het niet beschikbaar zijn van externe elektrische voedingen gedurende een langere periode.”

Laten we hopen dat de reguliere systemen het goed blijven doen want vanaf 2010 zijn er, met uitzondering van 2012, elk jaar problemen geweest met de noodstroomvoorziening.

Ouderdom komt met gebreken

Op 25 oktober 1973 kwam de kerncentrale Borssele officieel in bedrijf[2].Borssele behoort nu tot de 10 procent oudste kerncentrales ter wereld; de oudste kerncentrale is 46 jaar.[3]  De VVD-PvdA-regering besloot op 20 maart 2013 om de bedrijfsduur van de kerncentrale Borssele te verlengen tot 2034[4]: dan is de kerncentrale 60 jaar. De gemiddelde leeftijd van kerncentrales is nu (medio 2015) 28,8 jaar. Er zijn wereldwijd 54 kerncentrales langer dan 40 jaar in bedrijf.[5] 

Figuur 1: Leeftijd kerncentrales wereldwijd in juli 2015

Bron: https://www.iaea.org/PRIS/WorldStatistics/OperationalByAge.aspx.

Deze storingen vonden er in de afgelopen vier jaar plaats:

3 februari 2012: Ongepland afschakelen van de reactor als gevolg van bevriezing van meetapparatuur. De leidingen konden bevriezen doordat ze zich recht tegenover de toevoerkanalen van de ventilatie van het machinehuis bevinden en de buitenlucht-temperatuur in de avond tot onder de -7 °C daalde.

21 maart 2012: Eén van de voorzieningen die moet voorkomen dat - bij een lek in de toevoerleiding van het koelsysteem - het splijtstofopslagbassin leegloopt en de daarin aanwezige splijtstofelementen niet meer onder water staan werkte niet goed. In ongevalssituaties zou - indien geen gebruik zou worden gemaakt van andere mogelijkheden om het waterniveau op peil te houden - het waterniveau zodanig zijn gezakt dat de splijtstofelementen in dat geval gedeeltelijk onbedekt zouden zijn geraakt waarbij er kans op splijtstofschade/kernsmelt zou ontstaan.  

29 januari 2013: Een deel van de interne noodstroomvoorziening viel uit, terwijl de kerncentrale in bedrijf was. De centrale is vervolgens uit bedrijf genomen.

Herfst 2013: De kerncentrale Borssele is op 13 september uit bedrijf genomen vanwege schade aan de generatorkoelers. De generator is het onderdeel dat elektriciteit voor het openbare net produceert. Uit inspectie bleek dat bij de generatorkoelers koelribben zijn afgebroken waarvan delen in de generator zijn terecht gekomen. De generator is gedemonteerd, geïnspecteerd en gereinigd, een arbeidsintensief karwei dat drie weken duurde.  Er loopt een onderzoek naar de oorzaak van het stukgaan van deze relatief nieuwe koelers. De kapotte koelers worden niet gerepareerd, maar vervangen door nieuwe. Deze zijn niet uit voorraad leverbaar en worden nieuw geproduceerd. Door de levertijd van deze onderdelen kwam Borssele pas maandag 2 december weer in bedrijf. [6]

Op 21 november 2014 meldde de EPZ dat bij het uitvoeren van een test van een onderdeel van de noodstroominstallatie van KCB is afgeweken van eisen die zijn vastgelegd in de Technische Specificaties van de centrale. Tijdens de test werden meer spanningsbronnen losgekoppeld dan er volgens de Technische Specificaties is toegestaan. De noodstroominstallatie had wel van stroom kunnen worden voorzien als dat nodig was geweest.[7]

Mei 2015: “Tijdens het testen van de accu-sets in één van de noodstroomvoorzieningen bleek dat meerdere accu’s niet aan alle gestelde eisen voldoen. Voorschrift is dat in zo’n situatie de kerncentrale wordt afgeregeld. De kerncentrale heeft twaalf van deze accu-sets, elk opgebouwd uit meerdere accu’s. Elke set moet minimaal één uur lang stroom kunnen leveren voor de bediening van de centrale. Voorschrift is dat voor vollast bedrijf alle accu-sets aan alle gestelde eisen moeten voldoen. Uit de uitgevoerde test blijkt dat er in meerdere sets accu’s zijn die sneller verouderen dan werd verwacht.[8]

DEFINITIES INCIDENTEN OF STORINGEN

De overheid brengt sinds 1980 jaarlijks een overzicht uit van de storingen in kerninstallaties. In de jaren daarvoor gebeurde het niet; de Tweede Kamer vroeg er niet om. Pas na het ongeluk in Three Miles Island (Amerika, 1979) kreeg de Kamer belangstelling voor de incidenten en ongelukken in de Nederlandse nucleaire installaties. Vanaf augustus 1990 [9] hanteert de overheid de "Internationale Nucleaire Gebeurtenissen Schaal", een initiatief van het Internationale Atoom Energie Agentschap (IAEA) en het Nucleai­re Energie Agentschap van de OESO van mei 1990 [10]. De minister van Sociale Zaken stelde hierover: "Wereldwijd bestond de ervaring dat soms onbeduidende voorvallen in ker­ninstallaties aanleiding waren tot onnodige verwarring en angst bij de bevolking omdat er geen eenduidige maat was om de ernst van een voorval af te meten" [11].

De internationale schaal kent zeven niveaus, die alleen be­trekking hebben op nucleaire of radiologische veiligheid. Gebeurtenissen op niveau 1, 2 of 3 heten voortaan "inciden­ten", bij niveau 4 tot en met 7 gaat het om "ongevallen". De kernrampen bij Tsjernobyl en Fukushima zijn niveau 7, de kernsmelting bij Harrisburg niveau 5. Gebeurtenissen zonder veiligheidsbelang krijgen de aanduiding niveau nul en heten "storingen". Bij een storing is er sprake van "functionele of operationele afwijkingen welke geen risico met zich mee brengen maar die duiden op een gebrek aan veilig­heidsvoorzieningen". [12]

424 BEDRIJFSSTORINGEN

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste bedrijfsstoringen in de kerncentrale Borssele vanaf 1973 tot en met oktober 2013. Over de jaren 1973 tot 1980 beschikken we niet over officiele gegevens van de regering, maar is er dankbaar gebruik gemaakt van het werk van de stichting Laka. Bij het eerste overzicht dat door de regering werd verstrekt meldde de toenmalige Minister van Sociale Zaken nog dat "de opgetreden storingen … in 1980 globaal qua aantal en ernst over­eenkomen met de voorgaande jaren" [13].

Figuur 2  Aantal noodstops kerncentrale Borssele, afgezet tegen het mondiale gemiddelde

Bron: Ministerie van Economische Zaken, “Convention on Nuclear Safety (CNS), National Report of the Kingdom of the Netherlands for the Sixth Review Meeting in April 2014, juli 2013. [14]

 

De beschrijvingen hebben een technisch karakter. Vooral in de eerste jaren was de informatie van de overheid dermate summier dat de precieze ernst en oorzaak van de incidenten vaak moeilijk te achterhalen is. De minister van Sociale Zaken is slechts één keer ingegaan op de oorzaken van storingen, toen hij stelde dat ongeveer 30 procent van de storingen veroorzaakt wordt door foutief menselijk handelen.  [15]

1973[16]In december scheurt een stoomleiding, waardoor de centrale 14 dagen uit bedrijf is.

1974[17]De kerncentrale is in 1974 herhaaldelijk stilgelegd voor ‘kleine lekkages en inspecties’.

1975[18]In februari 1975 werd de kerncentrale stilgelegd omdat bij inspectie allerlei mankementen werden ontdekt, zoals lekkages en beschadigingen aan splijtstofelementen. De reparatie duurde twee maanden.

1976[19]Bij de splijtstofwisseling in maart 1976 blijken twee splijtstofelementen lekkages te vertonen.

1977[20]De kerncentrale moest in november stilgelegd worden omdat door een storm het koelwatercircuit verstopt dreigt te raken door graspollen, wrakhout en ander materiaal.

1978[21] [22]Als Kamerleden als voorbereiding op het Kamerdebat over het ongeluk in Three Miles Island in december 1979 op bezoek gaan bij de kerncentrale in Borssele en (een deel van) de logboeken inzien, blijkt dat er in januari 1978 een ernstige storing was. Vier kleppen van het noodkoelsysteem stonden verkeerd waardoor het noodkoelsysteem niet had kunnen functioneren als er iets mis was gegaan. Bij een breuk in het primaire koelsysteem had men niet meer dan een half uur de tijd gehad om het koelsysteem alsnog in orde te krijgen. De exploitant van de kerncentrale die dit geheim had gehouden, spreekt van een ‘menselijke fout’.

23 december 1979 [23] [24]In december 1979 vond er een storing plaats die ernstig had kunnen aflopen: de koeling viel uit nadat een storing aan een stuurklep ‘inventief’ was verholpen met een stuk hoekstaal. Een elektrische noodvoedingspomp nam het over, maar één noodpomp was te weinig. Een tweede is echter op dat moment in reparatie en een derde wil – ook na herhaalde pogingen - niet starten. Er werd weer ‘inventief’ opgetreden door “het opentrekken van een snelafsluiter en deze met een plaat te blokkeren“. Een ongebruikelijke procedure, maar ook een ongewenste. Want ze had tot gevolg dat “'de beveiligingen buiten werking gesteld werden”. Dit kwam pas in oktober 1982 in de openbaarheid toen interne documenten gepubliceerd worden in Vrij Nederland.

1980 [25]In dit jaar kwamen er een aantal lastige lekken voor in het primaire systeem - het watersysteem rond het hart van de reactor - (2 juni), bij ventilatiekleppen van het reactorin­sluitsysteem  (3 december) en bij het noodkoelsysteem (16 december).

1981 [26]Op 2 maart startte de kerncentrale op na een splijtstofwisse­ling. Een klep in het secundaire systeem werd daarbij geopend en wilde niet meer dicht. Hierdoor kookte één van de stoomgeneratoren droog, waardoor de kerncentrale moest afschakelen. Daarbij ontstond tevens een lekkage bij de dichting van het mangat-deksel van de drukhouder.

Op 7 maart raakte één van de drie noodvoedingwaterpompen defect en omdat een andere pomp in reparatie was werd niet voldaan aan de eis dat twee pompen in bedrijf moeten zijn. Met de handbediening werd een noodstop uitgevoerd.

1982 [27]Er werden op 26 februari werkzaamheden uitgevoerd op de plek waar koelwaterleidingen naar de turbinehal gaan. Daarbij raakte de coating op de buitenkant van een leiding in brand, hetgeen gepaard ging met een sterke rookontwikkeling. De rook drong ook door in aangrenzende ruimten. Na brandalarm en inschakeling van de bedrijfs- en gemeentebrandweer werd de brand geblust.

1983 [28]Tijdens de inbedrijfstelling na een splijtstofwisseling op 6 maart werd een lekkage vastgesteld in de condensor. De conden­sor is het deel van de centrale waar de stoom die door de turbine is geblazen voor stroomopwekking wordt afgekoeld, condenseert, met koelwater uit de Westerschelde. Een los geraakte steun had enige condensorpijpen beschadigd. Door de lekkage kwam zout zeewater in het secondaire systeem. De reactor werd afgeschakeld. Later besloot men de condensor te vervangen.

1984 [29]Door een extreem lage waterstand kon op 12 januari geen koel­water meer worden ingenomen uit de Westerschelde: het koelwa­ter-inlaatgebouw kwam droog te staan. Daarop werd besloten de centrale af te schakelen en de noodkoeling die op diesel werkt in bedrijf te nemen. De neven- en noodkoelwaterpompen waren namelijk automatisch afgeslagen. Vervolgens trad een elektri­sche storing op, met als gevolg dat stoom moest worden afge­blazen. Eén afblaasklep bleek echter niet de bedienen te zijn als gevolg van de elektrische storing. De warmteafvoer vond toen plaats via een andere klep. Na drie kwartier kon door de opkomende vloed weer koelwater worden ingelaten. Bij de analy­se van het ongeluk bleek dat de druk in het stoomsysteem zo hoog is geweest, dat de veiligheidskleppen open hadden moeten gaan. Maar dat is niet gebeurd. Uit onderzoek kwam naar voren dat de kleppen vastzaten door corrosie.

1985 [30]Bij het testen van een nieuw watertoevoersysteem bleek op 18 april dat een klep in het leidinggedeelte tussen de pomp en de hoofdkoelmiddelleiding in de open stand niet voldoende water doorliet. Men stelde vast dat het om een fabricagefout ging.

1986 [31]Op 27 februari wordt tijdens een brandstofwisseling een nieuwe transformator in bedrijf genomen. Deze voorziet de centrale van elektriciteit vanuit het hoogspanningsnet wanneer de centrale zelf buiten bedrijf is. Bij het testen van de trans­formator ontstond een storing en viel de elektrische voeding uit. Door een menselijke fout kwam slechts één noodstroomdie­selaggregaat in werking. Geen van de drie noodkoelwaterpompen deed het en daardoor verloor het noodstroomdieselaggregaat zijn koelwatervoorziening en viel uit. Door inschakeling van de elektrische verbindingen met de kolencentrale die vlak naast de kerncentrale staat, werd de kerncentrale van stroom voorzien. De kerncentrale kan niet zonder stroom, want er moeten altijd pompen blijven werken die koelwater laten circuleren. Zonder stroom weet men in de controlekamer niet meer hoe de stand in de centrale is. In antwoord op vragen van het toenmalige Kamerlid Kees Zijl­stra (PvdA) schreef de minister van Sociale Zaken en Werkgele­genheid dat de storing van 27 februari internationaal is gemeld "vanwege het tijdelijk wegvallen van een aanzienlijk deel van de wisselstroomvoorziening in de centrale". Volgens de minister kwam de storing voort uit een beproeving die geen gevolgen kon hebben vanwege de genomen maatregelen, namelijk het van tevoren ontladen van de splijtstofelementen uit de kern en een extra elektrische voeding vanuit de naastgelegen kolencentrale. [32]

1987 [33]Er ging op 10 oktober iets mis terwijl de centrale in vol bedrijf was. Uit de overheidsgegevens wordt niet duidelijk wat er precies aan de hand was. In ieder geval moest overgescha­keld worden op stroomlevering uit het elektriciteitsnet om de kerncentrale van stroom te kunnen voorzien. Deze omschakeling mislukte echter: er ontstond een noodstroom-situatie. Via een noodstop schakelde de reactor automatisch af.  Twee noodstroom aggregaten kwamen in bedrijf, waarvan er één na zeven minuten uitviel. De functie werd overgenomen door het derde paraat staande noodstroomdieselaggregaat. Vervolgens vielen de koelpompen, de noodkoelwaterpompen en de nevenkoelwaterpompen uit. Van de drie diesel-aangedreven pompen werkte er slechts één. Dit voorkwam dat door onvoldoen­de koeling een kernsmelting op zou kunnen treden.

1988 [34]Op 9 april, tijdens het uitvoeren van de jaarlijkse nood­stroombeproeving viel één van de drie noodstroomdiesels uit. Een andere noodstroomdiesel kwam wel in bedrijf. Tevens viel één van de drie nood- en nevenkoelwaterpompen uit. De beide andere nood- en nevenkoelwaterpompen kwamen nu afwisselend in bedrijf.

Voor de centrale had de storing geen veiligheidstechnische gevolgen, omdat de storing zich voordeed aan het einde van de splijtstofwisselstop, met lage vervalwarmte van de reactor­kern, meldt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op 4 oktober vielen door kortsluiting in een stekker twee regelstaven in de kern. Het ging hier om een montagefout tijdens de bouw van de centrale, die tot nu toe niet was ontdekt.

1989 [35]Volgens de minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid steeg het aantal meldingen ten opzichte van vorig jaar: "Door de invoering van de storingswerkgroep en het kwaliteitszorgsy­steem worden er meer storingen in een verbeterde veiligheids­cultuur binnen de organisatie gemeld". De minister merkt op dat er maar liefst zeven storingen plaats vonden aan de noodstroomdieselgeneratoren.

Op 25 april werd het brandmeldsysteem getest. Daarbij trad een storing op, waardoor het ventilatiesysteem van een aantal gebouwen uitviel. De temperatuur in het containment steeg tot 48 graden Celsius. Daarop zette het personeel enkele luchtkoe­lers aan. De software van het brandmeldsysteem werd daarop door de leverancier aangepast. Op 31 augustus was het systeem weer geheel bedrijfsgereed.

1990 [36]De kerncentrale werd in 1990 geplaagd door een verlengde stilstand van zo'n zes weken van de splijtstofwisselstop. Dit doordat er enkele bouten losgeraakt waren van een hulpcon­structie van het reactorvat. Het ging om drie bevestigingsbou­ten van de kernopvangconstructie onder in het reactorvat. Na de ontdekking op 13 februari van een los stuk metaal ging men op zoek naar de drie bouten. Ze zijn gebroken door de zogehe­ten interkristallijne spanningscorrosie. In antwoord op vragen van het Kamerlid Kees Zijlstra schreef de minister van Sociale Zaken dat de betreffende constructie zich op 20 meter onder water bevindt [37]. Alle handelingen, zoals het verwijderen van de bouten, moesten daarom met op afstand bediende apparatuur worden uitgevoerd. Daarna werd de kernopvangconstructie uit het reactorvat gehesen voor inspectie.

1991 [38]Borssele werd in 1992 twee keer uit bedrijf genomen voor reparaties. Bij de opstart na de splijtstofwisseling in maart bleek een afsluiter niet volledig lekdicht te zijn. Deze reparatie duurde drie weken. Op 6 september trad een lekkage op in één van de stoomgenera­toren. Omdat de lekkage toenam werd besloten de centrale uit bedrijf te nemen. Uit onderzoek kwam naar voren dat het om slijtage ging als gevolg van spanningscorrosie (roest). Bij inspectie bleek de tweede stoomgenerator hetzelfde verschijn­sel te vertonen. De stoomgenerator-pijpjes die lek of aange­tast waren, werden van een plug voorzien, waarna de centrale op 2 november weer in bedrijf kwam.

1992 [39]Op 28, 29 en 30 mei raakten de zeven in de koelwaterinlaat overbelast door een grote hoeveelheid kwallen. De kerncentrale werd uit bedrijf genomen om de hoofdkoelwaterpompen te kunnen stoppen. De oorzaak van de kwallenplaag was een aanhoudende oostenwind in combinatie met eb in de Westerschelde en een snelle opwarming van het zeewater. Om herhaling te voorkomen werden er visnetten voor het inlaatkanaal gespannen. Tijdens deze gebeurtenissen trad een herhaalde storing aan de stoomaf­blaaskleppen van het secundaire systeem op. Na reparatie kwam de centrale op 2 juni weer in bedrijf.

1993 [40]Op 21 april ontdekte men een defect in de condensor met aan­sluitend een lekkage in een ventiel van het voedingswatersy­steem. De kerncentrale lag daardoor 8 dagen stil. Op 14 november werd de centrale stilgelegd wegens ernstige toename van gras in de koelwaterinlaat. Dat duurde drie dagen.

1994[41]Begin september werd de kerncentrale enkele dagen tot stil­stand gedwongen wegens gebrek aan koelwater. Mosselen verhin­derden de aanvoer van koelwater.

1996[42]Tijdens werkzaamheden binnen het containment constateerde een onderhoudsmonteur op 21 november dat er lucht naar binnen stroom­de via een drukontlastleiding. Deze leiding behoort afgesloten te zijn door vier afsluiters die zich buiten het containment bevinden. Meters in de regelzaal gaven aan dat deze afsluiters dicht waren, zodat men dacht dat de sluiters dicht waren. In feite stonden ze open. De overheid geeft niet aan hoe lang de afsluiters open hebben gestaan en beperkt zich tot de mededeling dat er alleen buitenlucht naar binnen is ge­stroomd. Deze storing werd geclassificeerd op niveau 2.

1997[43]Bij een inspectie trof men op 30 juni stekkers aan in het reactorbeveiligingssysteem. Dit waren stekkers die vier dagen eerder bij een reparatie waren aangebracht en verwijderd hadden moeten worden. Als men deze stekkers niet had ontdekt, zouden een serie beveiligingssignalen niet automatisch in werking zijn gekomen. De beveiliging zou men dan met de hand hebben moeten inschakelen.

1998[44]Bij een test op 16 oktober werd vastgesteld dat meters van de noodkoeling twee keer zoveel koelwater aangeven als er in werke­lijkheid aanwezig is. Dit komt door een foute berekening bij vervanging van onderdelen in 1985, dus 13 jaar eerder. Sinds­dien is deze afwijking ook bij de periodieke controles niet opgemerkt. Tussen januari en april deed zich vier keer een situatie voor waarbij de kerncentrale een noodstop moest maken.[45]

1999[46]Op 21 september stelde men vast dat een beveili­gingssignaal voor het automatisch starten van koeling van de kern het niet doet. Dit koelsysteem zou men met de hand in werking hebben moeten stellen, als beide nakoelsystemen uitgevallen zouden zijn.

2000[47]Het luchtafzuigsysteem werkte op 11 augustus onvoldoende. Men ging er van uit dat er voldoende tijd was voor reparatie, maar de volgende dag bleek dat de reparatie binnen een uur uitge­voerd had moeten worden of dat men de centrale stil had moeten leggen. Geen van beide is gebeurd.

2001[48]In de kerncentrale Borssele constateerde men op 29 september een verstopping van een aftapleiding van de ruimte rond het reactorvat. Daardoor bleef er in strijd met de voorschriften geboreerd water achter. Uit evaluatie bleek dat het reactorvat niet was aangetast. Er werden maatregelen genomen om zeker te stellen dat de ontwatering goed functioneert.

2002[49]Op 29 oktober viel de stroomaanvoer van buiten uit. Zo ont­stond een noodstroomsituatie. De reactor stakelde daardoor af.

2003[50]Eind september werd duidelijk dat de kalibratie van de niveau-indicatie in de reactorput over het hoofd was gezien gedurende de jaarlijkse splijtstofwisseling. Volgens de technische specificaties had dit wel gemoeten. In overleg met de Kern Fysische Dienst (KFD, de toenmalige toezichthouder) is dit op 18 oktober alsnog gedaan. Daarvoor moest de reactor tijdelijk uit bedrijf worden genomen. Genoemde niveau-indica­tor speelt een belangrijke rol als er zich een ernstig ongeluk voor zou doen, waarbij koelmiddelverlies optreedt.

Oktober 2004[51]Er werden drie lekke splijtstofstaven gevonden. Bij één staaf trof men een gaatje aan, dat waarschijnlijk veroorzaakt is door een los metaaldeeltje dat bleef zweven en slijtage aan de omhulling van de staaf veroorzaakt heeft.

September 2005[52]Na de jaarlijkse splijtstofwisselstop kwam de centrale weer in bedrijf. Men besloot het opwarmen van de centrale te onderbreken vanwege een kleine reparatie. Daarbij vergat men een afsluiter van een nakoelpomp dicht te doen. Daardoor ontstonden trillingen in het leidingwerk waar niet tijdig op werd gereageerd. Daardoor brak een kleine leiding af en kwam 3 kubieke meter reactorwater in een ruimte die ontworpen is om lekkages op te vangen. De leiding werd gelast. Bij deze storing bleek dat adequate bedrijfsprocedures ontbraken.

2006[53]Volgens het ministerie van VROM was in 2006 het aantal storingen in de kerncentrale Borssele hoger dan in de voorgaande tien jaren. Gemiddeld waren het er tien per jaar, tegen zeventien in 2006. Het ministerie noemt dit een “ongewenste trend” en wil daarom “verbetermaatregelen”. Dertien van deze storingen waren terug te voeren op vier gemeenschappelijke oorzaken. Twee ongevallen hadden een externe oorzaak, namelijk storingen in het elektriciteitsnet. In vier gevallen ging het om een hoog waterniveau in een stoomgenerator. Vier gebeurtenissen waren reactorsnelafschakelingen en in drie gevallen trad een noodstroomsituatie op. Op 8 mei was er tien seconden geen noodstroom;  Op 11 juni explodeerde tijdens normaal vermogensbedrijf  een stroomtransformator in het 150 kV station Borssele. Hierdoor ontstond er brand in het 150 kV station, werden turbine en reactor afgeschakeld en kwamen de drie noodstroom-dieselgeneratoren in bedrijf. Op 15 juli moest door een foutieve instelling van de hoofdkoelmiddelpomp de centrale op noodstroom overschakelen.

15 september 2007[54]Tijdens de in bedrijf name van de centrale wordt het hoofdkoelwatersysteem van KCB na een onderhoudsperiode weer bedrijf gereed gemaakt. Tijdens het vullen van de hoofdkoelwaterleiding van de kerncentrale vanuit de in bedrijf zijnde kolencentrale blijkt een deel van het koelwaterinlaatgebouw onder water te lopen. Door de opgeroepen alarmstaf is besloten de hoofdkoelwaterpompen van de kolencentrale uit bedrijf te nemen en de assistentie van de regionale brandweer op te roepen voor het leeg pompen van de ondergelopen pompkelders. Parallel worden, overeenkomstig de instructies, preventieve maatregelen getroffen voor het geval de nood- en nevenkoelwatersystemen het niet doen. Nadat de pompkelders zijn leeggepompt, wordt vastgesteld dat aftapafsluiters van de hoofdkoelwaterleiding nog in geopende stand staan waardoor de lekkage kon plaats vinden.

24 april 2008[55]Bij de inbedrijf name van de centrale na de splijtstofwisselperiode is een geringe lekkage ontstaan onderaan een van de twee stoomgeneratoren. De installatie heeft op dat moment een temperatuur van 295 graden Celsius. De lekkage van het primaire water treedt op in een leiding uit de bodem van de stoomgenerator. De dampvorming in de installatieruimte leidt tot het aanslaan van diverse brandmelders en het automatisch afsluiten van de ventilatie van het containment. De installatie is daarop in een drukloze toestand gebracht. Voor het verwijderen en onderzoeken van de leiding is de kern ontladen uit het reactorvat en is het primaire waterniveau in de stoomgenerator verlaagd. Uit het schadeonderzoek blijkt dat de lekkage is veroorzaakt door een los materiaaldeeltje. Door de wervelingen in het dode pijpstuk is lokaal slijtage ontstaan in de 5 mm dikke wand.

3 april 2009[56]Een dag voordat de centrale zou worden afgeregeld voor de jaarlijkse splijtstofwisselperiode, treedt een geringe lekkage op in een olie-retourleiding van de regelkleppen van de turbine. Deze lekkage veroorzaakt een oliewalm. Na enige uren ontstaat er een beginnende brand die snel wordt geblust door de bedrijfsbrandweer, waarbij wordt besloten dat de inzet van de gemeentelijke brandweer Borsele niet nodig is. De turbine wordt vanuit de regelzaal handmatig afgeschakeld, waardoor het reactorvermogen gereduceerd wordt tot 30% en de geproduceerde stoom via de turbine-omloopkleppen rechtstreeks wordt afgevoerd naar de condensor. De centrale levert daarbij geen elektriciteit meer aan het externe net. Ook waren er in 2009 nog twee meldenswaardige storingen: een geringe lozing van vloeibare activiteit (ca. 1 MBq Co-60 en Cs-137) via het nood- en nevenkoelwatersysteem in de Westerschelde op 27 september 2009 en een kleine lekkage aan een stomp van een van de twee boorzuurvoorraadtanks op 8 december 2009.

2010[57]In 2010 zijn bij KCB negen meldingsplichtige ongewone gebeurtenissen opgetreden. De belangrijkste gebeurden in begin van het jaar, op 4 en 11 januari 2010. De noodstroomdiesel van noodstroomnet 1 startte niet op tijdens de uitvoering van periodieke beproevingen. De oorzaak was in beide gevallen het te traag openen van een luchtklep. “De achterliggende oorzaak is niet met zekerheid vastgesteld”, lezing we in de rapportage van de regering. Na overleg met de leverancier is besloten de kleppen van alle drie de noodstroomdiesels te vervangen. Op 29 december werd een lek ontdekt in een ondergrondse leiding van het conventionele koelwatersysteem naar de bedrijfstrafo. Daardoor is 60 tot 65 kubieke meter koelwater weggestroomd. Het koelwater bevat een conserveringsmiddel: de grond is daarvoor chemisch verontreinigd.

2011[58]Het overzicht van de storingen over 2011 verscheen pas op 27 februari 2013. In 2011 zijn er bij KCB acht storingen voorgekomen, waarvan drie “van enig belang” (INES-niveau 1). We staan hier stil bij één storing. Op 20 juni 2011 was er een storing aan één van de drie noodstroomdieselgeneratoren. Tijdens onderhoudswerkzaamheden kwam deze in bedrijf, hoewel dat niet gepland was. Bij verder onderzoek naar deze storing werd geconstateerd dat een defecte printplaat de oorzaak was. Vervolgens werden nog drie defecte printplaten ontdekt. Deze printplaten zijn nodig voor het automatisch starten en inschakelen van de noodstroomdiesels. Handmatig starten was wel mogelijk. De defecte printplaten zijn niet eerder ontdekt omdat na onderhoud niet de juiste standaard beproeving voor herkwalificatie van de noodstroomdiesel werd toegepast. Als er een situatie was geweest waarbij noodstoom van wezenlijk belang was hadden de drie noodstroomdieselgeneratoren het dus niet gedaan.

2012[59]3 februari 2012: Ongepland afschakelen van de reactor als gevolg van bevriezing van meetapparatuur. De leidingen konden bevriezen doordat deze meetleidingen zich recht tegenover de toevoerkanalen van de ventilatie van het machinehuis bevinden en de buitenlucht- temperatuur in de avond tot onder de -7 °C daalde.

21 maart 2012 Eén van de voorzieningen die moeten voorkomen dat, bij een lek in de toevoerleiding van het koelsysteem, het splijtstof-opslagbassin leegloopt en de daarin aanwezige splijtstofelementen niet meer onder water staan, werkte niet goed. Dat werd bij een inspectie vastgesteld. In ongevalssituaties zou - indien geen gebruik zou worden gemaakt van andere mogelijkheden om het waterniveau op peil te houden - het waterniveau zodanig zijn gezakt dat de splijtstofelementen in dat geval gedeeltelijk onbedekt zouden zijn geraakt waarbij er kans op splijtstofschade zou ontstaan.  

29 januari 2013 [60]Op 29 januari 2013 viel een deel van de interne noodstroomvoorziening uit, terwijl de kerncentrale in bedrijf was. De centrale is vervolgens uit bedrijf genomen. Tijdens werkzaamheden van het noodstroomsysteem is een beschadiging opgetreden. Bij het testen van elektrische apparatuur en het nadien inschakelen van een pomp was kortsluiting ontstaan in een schakelkast. Als gevolg van de kortsluiting is in de schakelkast hitte vrijgekomen die de schade heeft veroorzaakt.

Herfst 2013[61] [62]Op vrijdag 13 september is de kerncentrale uit bedrijf genomen wegens schade aan de generatorkoelers. Uit inspectie bleek dat bij de generatorkoelers koelribben zijn afgebroken waarvan delen in de generator zijn terecht gekomen. De generator is gedemonteerd, geïnspecteerd en gereinigd, een arbeidsintensief karwei dat drie weken duurde.  Er loopt een onderzoek naar de oorzaak van het stukgaan van deze relatief nieuwe koelers. De kapotte koelers worden niet gerepareerd, maar vervangen door nieuwe. Deze zijn niet uit voorraad leverbaar en worden nieuw geproduceerd. Door de levertijd van deze onderdelen zal de kerncentrale naar verwachting nog circa twee maanden, dus tot eind 2013, uit bedrijf zijn.

TOELICHTING: WERKING KERNCENTRALE BORSSELE

De kerncentrale Borssele is een drukwaterreactor. De centrale is in grote lijnen als volgt opgebouwd[63]:

- Het reactorvat met daarin de uraniumstaven vormt tezamen met de verbindende leidingen een aparte kringloop. Men noemt dit het primaire circuit. Het water in het primaire circuit wordt onder hoge druk gezet. Daarom gaat het water niet koken.

- Dit water, ook hoofdkoelmiddel genoemd, draagt zijn warmte in de stoomge­nerator over aan een tweede water- en stoomkringloop, het secundaire circuit. In dit tweede circuit ontstaat wel stoom. Die drijft een turbine aan.

- De turbine-as is met de as van een generator verbonden. In de generator ontstaat door het rond­draaien van een rotor elektriciteit.

De stoom die door de turbine is gegaan moet weer tot water worden gecondenseerd. Dat gebeurt in de condensor. Het water uit de condensor gaat terug naar de stoomketel om daarna opnieuw in stoom te worden omgezet. Borssele heeft vanuit het reactorvat twee gelijke en parallel geschakelde hoofdkoelmiddelkringlopen. Elk van deze twee kringlopen van het primaire circuit heeft een stoomgenerator en een circulatiepomp met de daarbij behorende leidingen. Op één van deze twee kringlopen is de drukhouder aangesloten, waarmee er voor gezorgd wordt dat de druk zoveel mogelijk constant blijft. De turbine bestaat uit vier gedeelten: een hoge druk-huis en drie lage druk-huizen. De condensatie-installatie bestaat uit drie condensors. De voor de condensors benodigde hoeveelheid koelwater van 63.000 kubieke meter per uur komt uit de Wester­schelde.

Dit overzicht is samengesteld door Herman Damveld, publicist.

[1] http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/04/19/antwoord-op-vragen-over-het-bericht-dat-de-kerncentrale-van-borssele-meermaals-ontsnapt-zou-zijn-aan-een-ramp.html , 19 april 2011.

[9]. Tweede Kamer, 16226, nr 10.

[10]. Persbericht NEA, 18 mei 1990.

[11]. Tweede Kamer, 21800, XV, nr 18, p 29, 7 november 1991.

[12]. Persbericht NEA, 18 mei 1990.

[13]. Tweede Kamer, 16226, nr 10.

[15]. Tweede Kamer, 16226, nr. 6.

[25]. Tweede Kamer, 16226, nr 10.

[26]. Tweede Kamer, 17100, XV, nr 55.

[27]. Tweede Kamer, 17600, XV, nr 121.

[28]. Tweede Kamer, 16226, nr. 5.

[29]. Tweede Kamer, 16226, nr 6.

[30]. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, brief DGA/KFD/86/7287, 11 juli 1986.

[31]. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, brief DGA/KFD/87/10660/GrJ, 4 augustus 1987.

[32]. Tweede Kamer, 20800, XV, nr 21, p 46.

[33]. Tweede Kamer, 16226, nr. 8.

[34]. Tweede Kamer, 16226, nr 9.

[35]. Tweede Kamer, 16226, nr. 10.

[36]. Tweede Kamer, 16226, nr. 11.

[37]. Tweede Kamer, Vergaderjaar 1989-1990, Aanhangsel 500, 30 maart 1990.

[38]. Tweede Kamer, 16226, nr. 13.

[39]. Tweede Kamer, 16226, nr. 14.

[40]. VGB Kraftwerkstechnik 74 (1994), Heft 4, p 303; Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, brief SZW/KFD/94/0080/R­oA, 10 oktober 1994.

[41]. atomwirtschaft, oktober 1994, p 657.

[42]. Ministerie VROM, DGM/SVS/97110075.

[43]. Ministerie SZW, RT98-347.256.

[44]. Ministerie van SZW, RT99-224.256.

[45]. VGB KraftwerksTEchnik, 7/99, p. 26.

[46]. Inspectie Milieuhygiëne, RT00-240.256.

[47]. Inspectie Milieuhygiëne, RT01-170.256.

[48]. Inspectie VROM, RT02-415.256.

[49]. Ministerie VROM, 23 september 2003, RT03-308.256.

[50]. Ministerie VROM, september 2004, RT04-200.256.

[51]  Inspectie VROM RT05-120.256

[52] Inspectie VROM, RT06-025.256

[53] Inspectie VROM , RT07-135.256

[54] Ministerie van VROM, Storingsrapportage 2007, Rapportage van ongewone gebeurtenissen in de Nederlandse nucleaire installaties in 2007.

[55] Ministerie van VROM, Rapportage van ongewone gebeurtenissen in de Nederlandse nucleaire inrichtingen in 2008, 31 augustus 2009

[63].C. Andriesse,"Kernenergie in beweging", Amsterdam, 1982, hoofdstuk 4.