You are here

Tweede Kamer over Nat. Programma Kop-in-het-Zand (kernafval)

Submitted by WISE on Thu, 07/04/2016 - 12:14

Op 25 mei vergadert de Tweede Kamer over onder andere het Nationaal Programma Kop-in-het Zand (kernafval). Ter voorbereiding op dat debat hadden vrijwel alle fracties nog vragen gesteld over het Programma.

Uit de antwoorden komt een beeld naar voren van een overheid die - eenmaal wat bedacht - op geen enkele manier van plan is te reflecteren op wat er aan nieuwe inzichten of meningen vanuit bijvoorbeeld de maatschappij wordt aangedragen. Nederland kiest er voor om ruim 100 jaar te wachten met het nemen van besluiten over kernafval. Waarom? Omdat het domweg politieke zelfmoord is om nu al keuzes te maken. Dat wordt leuk verpakt ("we hebben nog zo weinig afval, het is beter om eerst nog even alles op te sparen", of, "we vinden misschien nog een nieuwe technische oplossing, of we kunnen het kwijt in het buitenland", of, "we hebben nu nog niet voldoende geld gespaard om de eindberging te financieren, als we wachten en elk jaar wat geld opzij zetten hebben we over 100 jaar genoeg geld") maar de verpakking maskeert de onwil om verantwoordelijkheid te nemen. Alle (principiele) vragen over intergenerationele verantwoordelijkheid, de notie dat de generatie die verantwoordelijk is voor een probleem ook een oplossing moet realiseren, de vraag waarom we doorgaan met het maken van het afval terwijl we nog geen idee hebben hoe we het ooit veilig moeten gaan opslaan, worden van tafel geveegd. Er is immers gekozen voor uitstel met meer dan 100 jaar. Het enige dat er gedaan is met alle inspraakreacties vanuit de maatschappij is het besluit om een klankbordgroep in te stellen die de komende tien jaar blijft nadenken over de vormgeving van een proces waarin de burgers over 100 jaar invloed kunnen uitoefenen op het dan te nemen besluit. 

Ondertussen is al wel duidelijk dat er op dit moment onvoldoende geld wordt gespaard om de ontmanteling van kerncentrales en de opslag van het afval te financieren. Daarover is de overheid ook al ruim 5 jaar "in overleg met de sector" want de regering blijft wel vasthouden aan het uitgansgpunt dat de producenten van kernafval zelf het benodigde bedrag ophoesten. Helaas is de organisatie die verantwoordelijk is voor het sparen van voldoende geld een 100% overheidsbedrijf...  Ofwel; als die onvoldoende geld blijkt te hebben moet de overheid gewoon bijspingen. Dijsselbloem zegt wel te overwegen om de tarieven voor de echte producenten (bv. de kerncentrale Borssele) te verhogen maar ... de kerncentrale lijdt al verlies en staat op het punt van omvallen. Dus een extra heffing kunnen de eigenaren van de kerncentrale (Essent en Delta) nu niet gebruiken... en dus accepteren we dat er er een tekort ontstaat. Dat lossen onze kindskinderen over 100 jaar wel op.... 

De regering stelt dat publieksparticipatie voorlopig niet nodig en niet aan de orde is. Uit onderzoek zou blijken dat “(…) door het ontbreken van concrete besluitvorming op dit moment voor veel burgers de urgentie tot participeren ontbreekt.” Dit is struisvogelpolitiek; door het probleem te verschuiven naar toekomstige generaties vermijdt de regering actieve betrokkenheid vanuit de bevolking. Door enerzijds wel door te gaan met het vergroten van het probleem en anderzijds te stellen dat er nu niet over gepraat hoeft te worden roept de regering met dit programma argwaan op, die voeding geeft aan een toch al bestaand sentiment over de politieke besluitvorming. Veel burgers maken zich grote zorgen over de keuzes die nu gemaakt worden die gevolgen (zullen) hebben voor het gebruik van onder andere de diepe ondergrond. Zie onder andere de maatschappelijke onrust over CO2-opslag en schaliegaswinning en de recente onrust en terechte verontwaardiging naar aanleiding van de aardbevingen door de aardgaswinning

Naar onze mening blijkt uit het programma dat de regering geen veilige opslag van radioactief afval kan garanderen. Wij dringen er dan ook op aan om te stoppen met de productie ervan. Het programma schuift het probleme van het radioactieve afval op onverantwoorde wijze door naar volgende generaties. Wij vinden dit in strijd met behoorlijk bestuur. Wij pleiten voor een programma waarin:

- het vermijden van de productie en risico’s (voorzorgsbeginsel) voorop wordt gesteld

- veroorzakers de volle verantwoordelijkheid dragen voor het reeds geproduceerde afval

- stevige fundamenten worden gelegd voor degelijke besluitvorming over eindberging binnen een afzienbare termijn

- een open en transparante besluitvormingsproces plaatsvindt, waarin ruimte is voor debat en dialoog. 

De nu in te stellen klankbordgroep kan dit uitwerken.  

Ondertussen heeft de VEWIN, de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland, haar standpunt over eindberging van kernafval pgepubliceerd. De ondergrond is cruciaal voor de drinkwatervoorziening. totaalprijsCirca 60% van ons drinkwater wordt gemaakt van grondwater. Drinkwater is ook nauw verbonden met volksgezondheid. Drinkwater is aangemerkt als sector van vitaal belang voor het ongestoord functioneren van onze maatschappij. De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waarmee drinkwater ook als nationaal belang is aangemerkt. Uit het standpunt: "Eventuele eindberging van kernafval ondergronds in zoutkoepels of kleilagen vormt een ernstig risico voor de bronnen voor de drinkwatervoorziening". 

En heeft het TNO een nieuw voorstel gedaan voor een mogelijke oplossing; opslag in diepe boorgaten. Dit zou een alternatief kunnen zijn voor de nu meest besproken mogelijkheid: ondergrondse berging enkele honderden meters onder de grond.

Bij de uitwerking van dit 'alternatief' maakt het TNO nog een interessante observatie: "De maatschappelijke weerstand tegen ondergrondse verwijdering in de vorm van geologische berging is diep geworteld. Deels omdat men veiligheidsberekeningen onbetrouwbaar acht vanwege de extreem lange opbergperiode (tientallen duizenden jaren) en deels vanwege de koppeling met de inzet van kernenergie. Ook het onvoorspelbaar gedrag van de ondergrond (aardschokken,  CO2­opslag, schaliegaswinning) bepaalt de negatieve publieke opstelling. Acceptatie van een geologische berging zal niet, en dus ook niet van opberging met diepe boorgaten, bereikt worden met resultaten van technische risicoberekeningen. Daarvoor is duidelijkheid nodig over de inzet van kernenergie in Nederland. Deze inzet blokkeert de bespreekbaarheid van het afvalprobleem. Wordt de inzet van kernenergie beëindigd dan ontstaat een situatie zoals in Duitsland en zal zich een breed gesteund maatschappelijk proces ontwikkelen voor de éénmalige berging van het dan bestaande radioactieve afval".